Twintig
bitcoin blijven buiten de verbeurdverklaring in een Utrechtse witwaszaak. Niet omdat de verdachte werd vrijgesproken, maar omdat het OM de wallets niet hard genoeg koppelde aan de bewezen feiten.
De rechtbank Midden-Nederland veroordeelde een man uit 1967 wel voor gewoontewitwassen. Toch trok de rechter bij twee niet-beslagen wallets een duidelijke grens: niet duidelijk is of de
BTC er nog staat, of de wallets van de verdachte zijn en op welke grond zij moeten worden afgepakt.
Dat maakt de
uitspraak belangrijk voor crypto in strafzaken. Ook digitale bezittingen vragen bewijs.
Witwassen wel bewezen
De verdachte had een telefoonwinkel in Utrecht. Volgens de rechtbank maakte hij tussen juli 2017 en februari 2022 een gewoonte van
witwassen.
Het ging om geld uit PGP-telefoons en abonnementen, handel in
bitcoin tegen contant geld, ondergronds bankieren en contante bedragen die bij doorzoekingen werden gevonden.
De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte beschikte over 9 wallets waarop samen 263,51 Bitcoin was ontvangen. De waarde daarvan lag destijds rond €3,8 miljoen.
Uit chatberichten bleek volgens de rechtbank dat bitcoin naar wallets werd verstuurd en daarna werd omgezet in cash. Ook andersom kwam contant geld bij de verdachte terecht om aan bitcoin te komen.
Dat patroon woog zwaar. Het omzetten van cash naar bitcoin, en terug, kan de herkomst van geld moeilijker zichtbaar maken.
Zwijgen hielp niet
De verdachte beriep zich tijdens het onderzoek en op zitting op zijn zwijgrecht.
Dat zwijgen is niet automatisch bewijs. Maar de rechtbank mocht het wel meewegen nadat het OM genoeg feiten had aangedragen voor een witwasvermoeden.
De rechter keek naar de combinatie van PGP-telefoons, versleutelde communicatie, contante geldstromen, ondergronds bankieren en transacties met personen die met strafbare feiten in verband werden gebracht.
Daarna had van de verdachte een concrete en controleerbare verklaring mogen worden verwacht.
Die kwam er niet.
Volgens de rechtbank kon het daarom niet anders dan dat de geldbedragen en bitcoin in ieder geval deels uit misdrijf afkomstig waren.
OM wilde ook 20 BTC afpakken
De harde grens kwam bij de extra vordering van het OM.
De officier van justitie wilde twee andere wallets met daarin 20 bitcoin verbeurd laten verklaren. Op die wallets was geen beslag gelegd.
Het OM stelde dat de verdachte over deze wallets beschikte en dat geen legale herkomst was vastgesteld.
De verdediging verzette zich daartegen. Verbeurdverklaring op afstand van twee wallets met 20 bitcoin zonder onderbouwing ging volgens de advocaat te ver.
De rechtbank volgde die lijn.
Rechter eist koppeling en grondslag
De rechtbank verklaarde de twee wallets niet verbeurd.
De reden was scherp. Niet duidelijk was hoe deze wallets zich verhouden tot het bewezenverklaarde witwassen.
Ook was onduidelijk op welke juridische grondslag zij zouden moeten worden afgepakt.
Daar kwam nog iets bij. De rechtbank vond niet duidelijk of de 20 bitcoin zich nog in de wallets bevond en of de wallets daadwerkelijk aan de verdachte toebehoorden.
Blockchainsporen zijn sterk, maar ze vervangen geen bewijs van bezit, zeggenschap en juridische basis.
Dat is de kern van deze zaak.
Wallet is meer dan een adres
Een bitcoinadres laat transacties zien. Het laat niet altijd zien wie juridisch eigenaar is.
Bij een
wallet kunnen bezit, toegang en zeggenschap uit elkaar lopen. Iemand kan een adres gebruiken, een seed phrase beheren, tijdelijk voor een ander handelen of alleen in chatberichten over een wallet spreken.
Voor opsporingsdiensten is dat een bewijsprobleem.
Zeker wanneer een wallet niet fysiek of digitaal in beslag is genomen, moet het OM uitleggen waarom juist die wallet bij de verdachte hoort. Ook moet duidelijk zijn waarom die onder verbeurdverklaring valt.
De blockchain toont beweging. De rechter vraagt naar de juridische koppeling.
Straf blijft stevig
De weigering om de 20 BTC af te pakken betekent niet dat de zaak licht eindigde.
De verdachte kreeg 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. De proeftijd is twee jaar.
De rechtbank legde geen extra geldboete op. Daarbij telde mee dat via verbeurdverklaring al veel vermogen van de verdachte wordt afgenomen.
Een deel van de in beslag genomen goederen moet juist terug naar de verdachte. Dat ging onder meer om gegevensdragers, telefoons, simkaarten, kasboeken en andere voorwerpen.
De zaak laat dus twee bewegingen tegelijk zien. Crypto kan worden meegenomen in een witwasveroordeling, maar afpakken blijft gebonden aan bewijsregels.
Belang voor Nederlandse beleggers
Voor gewone cryptobezitters is dit geen vrijbrief.
Wanneer bitcoin uit misdrijf afkomstig is of wordt gebruikt om geldstromen te verhullen, kan justitie ingrijpen. Wallets, hardwareapparaten en transacties kunnen dan onderdeel worden van een strafdossier.
Maar de Staat moet wel precies maken wat wordt afgepakt.
Dat geldt bij cash. Dat geldt bij banktegoeden. En dat geldt ook bij bitcoin.
Voor bedrijven, handelaren en particuliere beleggers is administratie daardoor belangrijk. Herkomst, aankoopmomenten, exchange-overzichten, transactiehashes en toegang tot wallets kunnen later verschil maken.
Wie niets kan uitleggen, loopt risico. Wie de Staat iets wil laten afpakken, moet het ook kunnen bewijzen.
Crypto wordt gewoon vermogen, met gewone bewijsregels
De uitspraak onderstreept hoe crypto in het strafrecht volwassen wordt behandeld.
Bitcoin is geen magisch bezit buiten bereik van justitie. Maar ook geen bezit dat zonder onderbouwing verdwijnt zodra het woord witwassen valt.
De rechtbank accepteerde dat bitcoin een rol speelde in gewoontewitwassen. Tegelijk weigerde zij 20 extra bitcoin af te pakken toen de koppeling te dun bleef.
Dat is geen detail. Het is de rechtsstaat in digitale vorm.
Blockchain maakt transacties zichtbaar. De rechter bepaalt nog altijd of afpakken juridisch kan.