MiCA wordt vaak gebracht als een nieuw regelpakket voor crypto. Maar in de praktijk is het ook een selectieproces. Tegen 1 juli 2026 moet elke niet-geautoriseerde crypto-aanbieder in de EU zijn afbouw hebben uitgevoerd, terwijl ESMA via een centraal register zichtbaar maakt wie wél geautoriseerd is en wie niet. Vanaf dat moment is vergunningstatus niet langer alleen een juridische formaliteit, maar een commerciële scheidslijn.
Dat verandert de vraag fundamenteel. Niet meer alleen: wie heeft de grootste naam of de meeste liquiditeit? Maar: wie kan onder
MiCA geloofwaardig opereren, breed distribueren en genoeg vertrouwen opbouwen bij klanten, toezichthouders en partners tegelijk? Deze conclusie volgt uit de manier waarop ESMA de overgang beëindigt en de markt via een centraal register transparanter maakt.
De eerste winnaars zitten dicht bij de vergunning
Op korte termijn staan fintechs en gereguleerde cryptospelers het sterkst. Reuters meldde in januari al dat MiCA-vergunningen onder meer waren verleend aan Coinbase, Circle en Revolut. Dat is geen detail. In een markt die jarenlang draaide op snelheid en merkbekendheid, wordt formele autorisatie nu een direct concurrentievoordeel.
Coinbase meldde zelf al in juni 2025 dat het zijn MiCA-licentie van de Luxemburgse CSSF had binnengehaald, waarmee het zijn volledige productaanbod in alle 27 EU-lidstaten kan aanbieden. Revolut laat op zijn beurt zien hoe een fintech zich onder MiCA inpast: zijn Europese crypto-entiteit in Cyprus heeft een CASP-licentie onder MiCA. Circle kreeg begin mei 2026 in Frankrijk goedkeuring om custody- en transferdiensten rond USDC en EURC in de EER aan te bieden.
Dat is precies het profiel dat in de overgangsfase wint. Niet de partij die nog moet uitvinden hoe Europese distributie werkt, maar de partij die al een product, een merk en een klantkanaal heeft en daar nu de juiste vergunning onder schuift.
Maar de diepere beweging loopt richting banken
Toch is het te vroeg om de eindwinnaars al definitief bij exchanges en fintechs neer te zetten. De structurele beweging in Europa loopt zichtbaar richting banken, tokenised money en gereguleerde marktinfrastructuur. De ECB zei eind maart dat centrale bankgeld de kern van wholesale settlement moet blijven, maar wel aangevuld kan worden met tokenised deposits en stablecoins die EU-governed, euro-denominated en goed ontworpen en gereguleerd zijn.
Die formulering is veelzeggend. Europa zegt daarmee niet dat private digitale euro-instrumenten ongewenst zijn. Het zegt dat zulke instrumenten welkom zijn, zolang ze binnen het gereguleerde financiële stelsel vallen en de monetaire ankerfunctie van de euro niet ondergraven. Dat duwt de markt vanzelf richting partijen die al diep in dat stelsel zitten.
De bankencoalitie laat zien waar het heen kan gaan
Dat is geen theorie meer. Reuters meldde dat
Sabadell zich aansluit bij Qivalis, het consortium van Europese banken dat in de tweede helft van 2026 een euro-stablecoin wil lanceren. In datzelfde consortium zitten al namen als ING, UniCredit, BNP Paribas, Caixabank en BBVA, terwijl ook andere Spaanse partijen gesprekken voeren. Het project wordt openlijk neergezet als een Europees antwoord op Amerikaanse dominantie in digitale betalingen.
Als zulke projecten tractie krijgen, verschuift een belangrijk deel van de waardeketen. Dan zit de macht niet alleen meer bij de plek waar retail crypto koopt, maar ook bij de partij die de gereguleerde settlementlaag, stablecoin-uitgifte en institutionele distributie beheert. Dat is een redactionele gevolgtrekking op basis van het ECB-kader en de bankencoalitie rond Qivalis.
Ook de beurs- en clearinglaag schuift naar voren
Dezelfde beweging zie je bij marktinfrastructuur. Euronext lanceerde in februari 2026 een nieuw crypto-ETP-segment op ETFplus voor professionele beleggers in Italië. Het bedrijf benadrukte daarbij juist de gereguleerde context: eurohandel, clearing via Euronext Clearing en settlement via Euronext Securities Milan.
Dat lijkt misschien een nichebericht, maar het zegt iets groters. Een deel van Europa’s cryptotoekomst wordt niet gebouwd in de klassieke exchange-app, maar in de bestaande kapitaalmarktinfrastructuur. Wie alleen naar retailhandelsvolumes kijkt, mist dus de strijd om de rails onder de markt. Deze bredere duiding volgt uit Euronexts positionering van crypto-ETP’s als gereguleerd infrastructuurproduct voor professionele beleggers.
Grote exchanges blijven relevant, maar hun voorsprong is minder vanzelfsprekend
Dat betekent niet dat grote exchanges verdwijnen. Reuters meldde in februari dat
Binance in Griekenland een MiCA-aanvraag had lopen. Tegelijk wees hetzelfde bericht erop dat Duitsland toen al 45 licenties kende en Nederland 22, op basis van toezichthouderdata. Grote platforms met schaal en liquiditeit kunnen dus nog steeds krachtig uitrollen als zij hun vergunning op tijd rond krijgen.
Alleen verandert MiCA wél de aard van hun voorsprong. Vroeger kon een groot crypto-platform in Europa nog lang teren op merknaam, bereik of een gunstige structuur elders. Onder MiCA draait het minder om wie het grootste platform hééft en meer om wie het best binnen de regels kan distribueren.
Wie wint dan echt?
De meest waarschijnlijke uitkomst is geen simpele overwinning van één kamp. Op korte termijn winnen vooral fintechs en crypto-native spelers die al een vergunning, gebruikersbasis en herkenbaar product hebben. Coinbase, Revolut en Circle passen precies in dat profiel.
Op middellange termijn kunnen banken en marktinfrastructuur de structurele winnaars worden, juist omdat Europa zijn digitale geld- en kapitaalmarktmodel steeds nadrukkelijker binnen bestaande gereguleerde rails wil laten landen. Daar wijzen de ECB-lijn, Qivalis en Euronext allemaal in dezelfde richting.
De verliezers zijn intussen redelijk duidelijk. Dat zijn vooral partijen die te lang hebben vertrouwd op een merknaam, een offshore-structuur of een halfslachtige EU-aanwezigheid. Onder MiCA is dat geen groeistrategie meer, maar een afbouwscenario.