Crypto krijgt in
Nederland geen apart fiscaal speelveld.
Bitcoin,
ether en andere munten vallen voor particuliere bezitters nog steeds in box 3.
De Hoge Raad maakt nu vooral duidelijk wie over oude jaren nog kan herstellen. Voor veel cryptohouders zonder tijdig bezwaar gaat die deur dicht.
De uitspraak verandert niet hoe crypto wordt aangegeven. Ze verandert wel de kans om oude definitieve aanslagen open te breken.
Geen herstel voor niet-bezwaarmakers
De Hoge Raad besliste donderdag dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op vermindering van box 3-heffing over 2017 tot en met 2020. Het gaat om aanslagen die al definitief vaststonden vóór het Kerstarrest van 24 december 2021.
Dat Kerstarrest zei dat de oude box 3-heffing te ver ging wanneer het fictieve rendement hoger lag dan het werkelijke rendement. Maar volgens de Hoge Raad helpt dat niet alsnog iedereen.
Wie destijds geen of te laat bezwaar maakte, zit nu klem. De rechter ziet geen reden om terug te komen op zijn lijn uit 2022.
Waarom dit crypto direct raakt
De Belastingdienst zegt dat particuliere cryptobezittingen in box 3 vallen. De waarde wordt bepaald op 1 januari, tegen de koers van het gebruikte omwisselplatform.
Dat betekent dat oude
bitcoin- of altcoinposities uit 2017 tot en met 2020 in dit arrest kunnen meewegen. Niet omdat crypto apart wordt genoemd door de Hoge Raad, maar omdat crypto onder box 3 valt.
Voor beleggers die toen verlies leden of minder rendement haalden dan het forfait, is dat zuur. Zonder tijdig bezwaar blijft herstel via deze route buiten bereik.
De fiscus kijkt nu naar werkelijk rendement
Voor nieuwe aangiftes ligt de situatie anders. De
Belastingdienst vraagt vanaf belastingjaar 2025 automatisch of iemand ook het werkelijke rendement wil doorgeven. Bij keuze daarvoor gebruikt de fiscus het gunstigste bedrag: fictief of werkelijk rendement.
Voor crypto vraagt dat meer administratie. De Belastingdienst noemt onder meer de waarde op 1 januari en 31 december, plus de totale waarde van aankopen en verkopen over het jaar.
Dat maakt screenshots en losse geheugensteuntjes te dun. Cryptohouders hebben koersdata, transactieoverzichten en exchange-historie nodig.
Niet elke crypto-activiteit zit in box 3
De standaardregel geldt vooral voor particuliere beleggers. Wie alleen bezit, speculeert of gewoon handelt, zit meestal in box 3.
De Belastingdienst trekt wel een grens bij extra arbeid. Mining of handel kan bij hogere opbrengsten en extra werkzaamheden vallen onder inkomsten uit overig werk of winst uit onderneming.
Dat verschil is groot. Box 3 kijkt naar vermogen en rendement. Box 1 kijkt naar arbeid en inkomen.
2028 blijft het nieuwe richtpunt
Het box 3-dossier is hiermee niet klaar. Het kabinet wil per 1 januari 2028 naar heffing op werkelijk rendement. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen, maar de Eerste Kamer moet het nog behandelen.
Volgens de Eerste Kamer gaat het nieuwe stelsel als hoofdregel uit van vermogensaanwas. Daarbij worden inkomsten én positieve of negatieve waardeontwikkeling belast, met aftrek van kosten.
Voor crypto kan dat veel zwaarder voelen dan het oude systeem. Waardeschommelingen worden dan veel zichtbaarder voor de fiscus.
De harde les voor cryptohouders
De uitspraak van de Hoge Raad is geen nieuwe cryptoregel. Het is een bewijsles.
Wie oude jaren zonder bezwaar wil herstellen, loopt vast. Wie nieuwe jaren goed wil behandelen, moet zijn data op orde hebben.
Dat betekent: peildatumwaarde, jaarultimo, aankopen, verkopen, wallets, exchanges en onderbouwing bewaren.
Crypto gaf beleggers jarenlang het gevoel dat zij buiten het gewone financiële systeem stonden. Box 3 bewijst opnieuw het omgekeerde.
Voor de Belastingdienst is een wallet geen mysterie. Het is vermogen. En vermogen vraagt papier.