Europa krijgt eindelijk een serieuzer euro-stablecoinverhaal, maar de markt blijft voorlopig hardnekkig dollar-gedreven. Qivalis heeft nu steun van 37 banken, terwijl
USDT en
USDC nog steeds bijna alle liquiditeit en handelsvraag naar zich toe trekken.
Reuters meldde op 20 mei dat het Amsterdamse Qivalis 25 extra banken heeft toegevoegd. Daarmee groeit het consortium naar 37 financiële instellingen uit 15 landen, met onder meer ABN AMRO, Rabobank, ING, BNP Paribas en BBVA.
Op papier is dat precies wat Europa nodig heeft: banken, toezicht, distributie en een duidelijk verhaal over digitale euro-infrastructuur.
Maar stablecoins worden niet gewonnen op papier.
USDT en USDC blijven de zwaartekracht
De marktdata is hard.
DefiLlama noteert de totale stablecoinmarkt rond 322 miljard dollar. USDT is goed voor ongeveer 189,6 miljard dollar en blijft veruit de grootste stablecoin. USDC is de tweede grote speler.
Reuters schrijft dat Tether en Circle nog altijd de dominante namen zijn. Daartegenover staat dat de euro-stablecoin van Société Générale’s cryptoarm slechts 105,6 miljoen euro in circulatie had.
Dat verschil is de kern van het probleem.
Europa kan regelgeving, banken en politieke ambitie hebben. Maar de markt gebruikt stablecoins vooral waar liquiditeit zit. En die liquiditeit zit nog altijd in dollars.
Waarom de euro achterblijft
Dat is geen toeval.
Stablecoins worden vandaag vooral gebruikt in cryptohandel, internationale settlement en dollarliquiditeit. Exchanges, market makers, DeFi-protocollen en traders rekenen nog grotendeels in dollars.
Wie wil handelen, wil de diepste paren. Wie liquiditeit zoekt, kiest wat iedereen al gebruikt.
Dat netwerkeffect is sterk.
Een euro-stablecoin moet dus niet alleen veilig en gereguleerd zijn. Hij moet ook nuttig zijn op de plekken waar volume ontstaat.
Zonder handelsparen, wallets, betaalintegraties, treasuryprocessen en settlementtoepassingen blijft een euro-stablecoin vooral een beleidsmatig goed idee.
Qivalis mikt niet op retailhype
Juist daarom is Qivalis interessant.
Het project lijkt niet te beginnen bij memecoinachtige retailvraag of snelle exchange-hype. Qivalis positioneert zich als gereguleerde infrastructuur voor betalingen, settlement en tokenized financial services.
Rabobank noemt Qivalis een in Nederland gevestigd digital asset infrastructure company dat werkt aan een bank-backed, MiCAR-conforme euro-stablecoin. Die moet dienen als gereguleerd settlement asset voor betalingen en tokenized financial services.
ING schrijft dat meer deelnemende banken moeten helpen bij liquiditeit, bredere distributie en adoptie. Het consortium mikt op lancering in de tweede helft van 2026, afhankelijk van goedkeuring.
Dat is de juiste route als Europa serieus wil worden.
Niet eerst een munt. Eerst een gebruikslaag.
De echte test zit in distributie
De grootste vraag is niet of Qivalis een euro-token kan uitgeven.
De vraag is wie hem gaat gebruiken.
Banken kunnen zorgen voor toegang tot zakelijke klanten, treasuryafdelingen, betalingsstromen en institutionele settlement. Dat is waardevol.
Maar zelfs met 37 banken is adoptie niet automatisch.
Een stablecoin leeft pas echt als bedrijven hem aanhouden, exchanges hem noteren, market makers hem ondersteunen, wallets hem integreren en instellingen hem gebruiken voor afwikkeling.
Dat vraagt liquiditeit. En liquiditeit volgt meestal pas wanneer er al liquiditeit is.
Daarom is de dollar zo moeilijk te verslaan.
Tokenisatie kan de euro wel helpen
De kansrijkste route voor euro-stablecoins ligt waarschijnlijk niet direct bij consumenten.
Ze ligt bij zakelijke toepassingen.
Denk aan grensoverschrijdende betalingen, treasury management, fondsen, obligaties en de afwikkeling van getokeniseerde activa.
Daar heeft de euro een natuurlijkere rol. Europese bedrijven rekenen in euro’s, rapporteren in euro’s en houden liquiditeit in euro’s aan.
Als tokenized securities, fondsen en zakelijke betalingsstromen in Europa groeien, kan een gereguleerde euro-stablecoin nuttig worden zonder eerst USDT in cryptohandel te hoeven verslaan.
Dat maakt Qivalis strategisch interessant.
Niet als snelle USDT-killer, maar als infrastructuurlaag voor gereguleerde euro-afwikkeling.
Europa heeft ambitie, maar nog geen default
De conclusie is nuchter.
Non-dollar stablecoins blijven klein omdat de huidige stablecoinmarkt dollarliquiditeit beloont. Niet omdat Europa geen banken heeft. Niet omdat er geen regelgeving is. En niet omdat de euro irrelevant is.
De markt kiest simpelweg voor de munt die het meest bruikbaar is in handel, onderpand en settlement.
Op dit moment is dat de dollar.
Qivalis kan daar iets aan veranderen als het meer bouwt dan een token. Het moet een netwerk bouwen rond distributie, liquiditeit en concrete use cases.
Daar zit de echte strijd.
Europa bouwt aan euro-stablecoins. Maar zolang de euro geen natuurlijke on-chain standaard wordt voor handel, onderpand en settlement, blijft de dollar de default in crypto.