Europa verbiedt
bitcoin niet. Maar de EU zet de markt eromheen wel steeds steviger achter vergunde poorten. ESMA heeft bevestigd dat de
MiCA-transitie in de hele Unie eindigt op 1 juli 2026. Daarna is het aanbieden van cryptodiensten aan EU-klanten zonder MiCA-licentie in strijd met EU-recht en moeten die diensten stoppen. In Nederland lag die nationale eindstreep voor voormalige DNB-geregistreerde partijen zelfs al op 30 juni 2025.
Dat klinkt als volwassenwording van de sector. En dat is het ook. Alleen schuift daarmee tegelijk iets anders op: niet
bitcoin zelf, maar de toegang ertoe wordt steeds vaker iets dat via een erkende tussenlaag moet lopen. Dat is een gevolgtrekking op basis van de nieuwe Europese toezichtslijn, niet een letterlijke formulering uit MiCA zelf.
Niet de munt, maar de marktlaag eromheen
Die nuance is belangrijk. ESMA schrijft niet dat bitcoin verboden wordt. Integendeel: de toezichthouder noemt bij het ordelijk afbouwen van niet-vergunde partijen zelfs expliciet de optie om cryptoactiva over te dragen naar een geautoriseerde CASP of naar een self-hosted wallet. Het protocol blijft dus open. Maar de gereguleerde distributie eromheen wordt veel scherper afgebakend.
ESMA trekt die lijn ook door naar buitenlandse partijen. Buiten de zeer smalle uitzondering van reverse solicitation mogen niet-EU-bedrijven geen MiCA-diensten aan EU-klanten aanbieden of EU-klanten actief benaderen. Ook waarschuwt ESMA dat MiCA-bescherming alleen geldt voor de specifieke geautoriseerde EU-entiteit waarmee een klant zaken doet, niet automatisch voor andere groepsmaatschappijen of niet-EU-zusterbedrijven.
Voor de doorsnee gebruiker betekent dat iets heel concreets: bitcoin blijft technisch permissionless, maar de legale, schaalbare en consumenten-vriendelijke toegang wordt in Europa steeds vaker een vergunningenverhaal.
Nederland en België zitten al midden in die omslag
In Nederland zegt de AFM het inmiddels zonder omweg. Aanbieders van cryptoactivadiensten hebben een vergunning of notificatie nodig van de AFM of van een andere Europese toezichthouder om deze diensten te mogen aanbieden binnen de EU. Voor oud-DNB-geregistreerde partijen eindigde het Nederlandse overgangsregime al op 30 juni 2025.
België trekt dezelfde kant op, maar met zijn eigen institutionele indeling. De FSMA legt uit dat de wet van 11 december 2025 de bevoegdheden rond MiCA verdeelt tussen de FSMA en de Nationale Bank van België. Op de FSMA-pagina staat ook dat bepaalde niet-CASP-entiteiten onder voorwaarden nog tot 30 juni 2026 onder een overgangsperiode kunnen doorwerken.
Dit is dus geen abstract Brussel-verhaal meer. Het zit al in registers, vergunningstrajecten, toezichtbrieven en nationale bevoegdheidsverdelingen.
De Nederlandse markt schuift al op naar wrappers en tussenlagen
De marktdata laten zien dat die verschuiving al bezig is. DNB meldde in januari dat Nederlandse bedrijven, instellingen en huishoudens in oktober 2025 samen €1,2 miljard aan indirecte cryptobeleggingen aanhielden, tegen €81 miljoen eind 2020. Die indirecte blootstelling zit in ETF’s, ETN’s en aandelen van zogeheten crypto treasuries.
Nog opvallender: zeven specifieke effecten zijn samen goed voor 70% van het Nederlandse indirecte cryptobezit. Volgens DNB worden al die producten uitgegeven door buitenlandse instellingen, onder meer uit de Verenigde Staten en Zweden.
Tegelijk bezat de Nederlandse financiële sector eind derde kwartaal 2025 voor €113 miljoen direct aan cryptomunten. DNB zegt erbij dat banken, pensioenfondsen en verzekeraars nog niet actief waren in die directe markt. Dat maakt de richting vrij duidelijk: een groeiend deel van de blootstelling loopt via gereguleerde producten en tussenlagen, niet via rechtstreekse coinbezit op grote schaal binnen de financiële sector.
Strenger toezicht maakt bitcoin niet per se bearish
Daar zit ook de ongemakkelijke ironie. Deze ontwikkeling hoeft helemaal niet negatief te zijn voor bitcoin als asset. Vergunningen, toezicht en duidelijke gedragsregels kunnen juist kapitaal aantrekken van partijen die tot nu toe wegbleven vanwege compliance- en tegenpartijrisico.
De AFM liet in april zien dat de vrijblijvendheid voorbij is. Bij een onderzoek onder 33 CASP’s zag de toezichthouder bij 14 partijen significante tekortkomingen in reclame-uitingen en bij 19 partijen significante tekortkomingen in kosteninformatie. Nederlandse partijen kregen toezichtbrieven, en voor internationale partijen werden relevante buitenlandse toezichthouders geïnformeerd.
Dat is slecht nieuws voor rommelspelers. Maar het is tegelijk gunstig voor partijen die schaal zoeken, processen op orde hebben en zonder juridische frictie meerdere EU-markten willen bedienen.
Het vrijheidsverhaal schuift ongemerkt op
Daarmee komt de echte spanning in beeld. Veel bitcoiners zullen in deze ontwikkeling vooral adoptie zien. En dat is verdedigbaar. Maar het oude verhaal van directe ontsnapping aan poortwachters verschuift in Europa intussen wel degelijk naar iets anders: gereguleerde beschikbaarheid via erkende partijen, heldere juridische entiteiten en toezichtbare distributie.
Bitcoin zelf blijft open. Europa maakt dat netwerk niet illegaal. Maar voor de gemiddelde gebruiker wordt de markt eromheen steeds minder permissionless. En precies daarin zit de grootste Europese draai van dit moment.