De
ECB wil centralebankgeld dichter tegen blockchainmarkten aan zetten.
Stablecoins mogen daarin een rol houden, maar de
centrale bank wil de uiteindelijke afwikkeling niet volledig aan private partijen overlaten.
ECB-bestuurslid Isabel Schnabel zette op 1 oktober in Londen drie manieren naast elkaar waarop centralebankgeld met programmeerbare netwerken kan worden verbonden.
De keuze bepaalt iets fundamenteels: staat het
geld zelf op het netwerk, blijft het in het bestaande betalingssysteem of krijgt een private partij de taak om er tokens tegenover uit te geven?
De ECB-presentatie laat die drie modellen naast elkaar zien.
Route één: de centrale bank zet reserves zelf on-chain
De meest directe variant gaat het verst.
Daarbij geeft de centrale bank reserves rechtstreeks als tokens uit op een programmeerbaar netwerk. Het geld waarmee banken transacties definitief afwikkelen staat dan zelf op die omgeving.
Dat geeft centrale banken ook toegang tot programmeerbare functies.
Betalingen kunnen bijvoorbeeld automatisch afhankelijk worden gemaakt van voorwaarden. Ook effecten en geld kunnen gelijktijdig van eigenaar wisselen: beide kanten van de transactie gaan door, of geen van beide.
Dat vermindert het risico dat het effect al is geleverd terwijl de betaling nog ontbreekt.
Schnabel ziet daarnaast mogelijkheden rond onderpand en liquiditeit. Smart contracts kunnen processen automatisch uitvoeren wanneer vooraf bepaalde voorwaarden worden geraakt.
In haar eerdere toespraak van 28 augustus werkte Schnabel deze route uitgebreider uit.
Route twee: het bestaande geld blijft staan
De tweede optie is minder ingrijpend.
Centralebankreserves blijven binnen het bestaande realtime betalingssysteem. Een technische koppeling synchroniseert vervolgens die betaling met de overdracht van het getokeniseerde effect.
Het geld zelf hoeft dus niet als token op hetzelfde netwerk te staan.
De koppeling zorgt ervoor dat beide kanten van de transactie bij elkaar blijven.
Dit model sluit dichter aan bij de systemen die centrale banken vandaag al gebruiken. Banken krijgen daardoor toegang tot tokenmarkten zonder dat de volledige vorm van centralebankreserves direct hoeft te veranderen.
Route drie: een private partij maakt de tokens
De derde mogelijkheid legt meer werk bij een private tussenpersoon.
Die partij houdt centralebankreserves aan en geeft daartegen volledig gedekte settlementtokens uit. Voor iedere token staat in dit model centralebankgeld tegenover.
Maar juridisch verandert er iets belangrijks.
De tokenhouder bezit geen rechtstreekse vordering op de centrale bank. De token is een private vordering op de tussenpersoon, terwijl de onderliggende reserves buiten het tokennetwerk blijven staan.
Dat verschil lijkt technisch, maar raakt precies de reden waarom centrale banken zelf betrokken willen blijven.
Een private uitgever kan tokens volledig dekken. Hij heeft niet dezelfde mogelijkheid als een centrale bank om in stresssituaties zelfstandig extra liquiditeit aan het financiële systeem te leveren.
Dit gaat niet over de digitale euro in je winkel
De plannen moeten niet worden verward met de digitale euro voor consumenten.
Schnabel spreekt hier over wholesale centralebankgeld: geld waarmee banken en andere financiële partijen onderling grote transacties definitief afwikkelen.
De ECB plaatst de retail-CBDC en wholesalevariant in dezelfde bredere geldstructuur, maar met verschillende functies. Bitcoin en Ether staan in de presentatie bovendien apart als ongedekte crypto-assets en niet als settlementgeld van de centrale bank.
Het vraagstuk draait vooral om effecten, banktegoeden en andere financiële producten die als tokens worden uitgegeven.
Als het effect op een blockchainachtig netwerk staat, ontstaat vanzelf de volgende vraag: waar staat het geld waarmee de koper afrekent?
Pontes draait sinds 21 september
Europa wacht niet tot die theoretische discussie klaar is.
Het Eurosysteem lanceerde Pontes op 21 september. Daarmee kunnen wholesale-transacties in getokeniseerde activa al worden afgerekend in centralebankgeld.
De ECB maakte de start die dag officieel bekend.
Pontes gebruikt daarbij een gemengde aanpak.
De presentatie van 1 oktober omschrijft het systeem als een combinatie van een brugoplossing en een Eurosystem-DLT. Er is een dubbel settlementmodel via TARGET2 of DLT.
Dat maakt Pontes interessanter dan een tijdelijke technische koppeling.
De ECB wil het systeem stap voor stap uitbreiden. Langere openingstijden, 24/7-beschikbaarheid en meer programmeerbare functies staan op de planning. Volledige uitrol is voorzien voor 2028.
Banken kunnen er nu al op aansluiten
De eerste financiële partijen zijn al toegelaten.
Onder meer Deutsche Bank, Santander, Société Générale, DZ Bank en de Europese Investeringsbank behoorden tot de eerste groep. Ook verschillende DLT-exploitanten zijn aangesloten.
De ECB gaat zelfs zelf ervaring opdoen met deze markt.
Op dezelfde dag als de lancering van Pontes kondigde de centrale bank aan een klein deel van haar eigen middelen in getokeniseerde effecten te willen beleggen. Die transacties worden via Pontes in centralebankgeld afgerekend.
Daarmee verschuift het werk van proefopstellingen naar daadwerkelijke financiële transacties.
Appia moet bepalen hoe het grotere systeem eruitziet
Pontes lost vooral de korte termijn op.
Appia kijkt verder vooruit.
De ECB onderzoekt daarmee hoe tokenmarkten op langere termijn kunnen worden georganiseerd. De presentatie van Schnabel toont drie mogelijke vormen: één gezamenlijk ledger, meerdere gekoppelde netwerken of meerdere gedeelde ledgers die met elkaar communiceren.
Dat is nog geen definitieve keuze.
De Appia-roadmap moet samen met banken, marktpartijen en publieke instellingen worden uitgewerkt. Het Eurosysteem wil in 2028 een blauwdruk publiceren.
De discussie gaat daardoor verder dan de vraag of
blockchain sneller settlement kan uitvoeren.
Europa moet bepalen waar centralebankgeld staat, welke netwerken met elkaar mogen communiceren en hoeveel macht bij private partijen komt te liggen.
Stablecoins verdwijnen niet uit het model
Opvallend is dat de ECB private settlementtokens niet uit het systeem probeert te duwen.
Tokenized bank deposits en stablecoins kunnen volgens Schnabel naast centralebankgeld blijven bestaan.
De centrale bank wil alleen dat daaronder een publiek geldanker aanwezig blijft.
Dat lijkt op het huidige financiële systeem. Mensen en bedrijven gebruiken vooral commercieel bankgeld, terwijl banken hun verplichtingen onderling uiteindelijk kunnen afwikkelen met geld van de centrale bank.
De ECB probeert die tweelaagse structuur nu naar tokenmarkten mee te nemen.
Daar zit ook de grotere machtsvraag.
Als steeds meer obligaties, deposito's en andere activa on-chain gaan, bepaalt de vorm van het settlementgeld wie de laatste schakel controleert.
Bij directe uitgifte blijft dat duidelijk de centrale bank. Bij een brug blijft centralebankgeld buiten het netwerk. Bij een private tussenpersoon staat er wel centralebankgeld achter de token, maar bezit de gebruiker juridisch een private claim.
Pontes laat zien dat het Eurosysteem niet op die keuze wil wachten.
De brug ligt er al. Appia moet nu bepalen waar de weg daarna heen loopt.