Brussel wil het toezicht op cryptobedrijven een stuk verder naar Europees niveau trekken. In de huidige opzet van het Market Integration and Supervision Package krijgt ESMA directe supervisie over alle crypto-asset service providers, naast andere grote marktpartijen.
Tegelijk zou een nieuwe Executive Board van vijf onafhankelijke leden de individuele toezichtbesluiten gaan nemen. Daarmee verschuift het zwaartepunt van het toezicht zichtbaar weg van nationale toezichthouders. Maar dat is nog niet de eindstand.
Uit een presidency note van de Raad blijkt dat lidstaten juist op twee punten verdeeld zijn: de reikwijdte van directe ESMA-supervisie en de nieuwe governance rond die Executive Board. Voor crypto is de weerstand vrij concreet: de discussies zouden inmiddels eerder richting een gerichte aanpak gaan, bijvoorbeeld alleen voor significante CASP’s, terwijl kleine en puur lokale aanbieders onder nationaal toezicht kunnen blijven.
De Commissie wil ver gaan, de ECB steunt de richting
De Commissie duwt dus een brede centralisatielijn naar voren. Dat gebeurt niet in een vacuüm. De ECB schaarde zich in april achter sterkere EU-supervisie en schreef dat zij de voorstellen in grote lijnen volledig ondersteunt. Daarbij benadrukte de centrale bank wel twee dingen tegelijk: ESMA moet voldoende middelen krijgen én nationale toezichthouders moeten in het nieuwe model een betekenisvolle en substantiële rol houden.
Op crypto is die nuance belangrijk. In haar technische opmerkingen werkt de ECB niet alleen met het idee van centraler toezicht, maar ook met de categorie van significante CASP’s. Dat sluit opvallend goed aan bij de lijn die in de Raad nu meer steun lijkt te krijgen. De vraag is dus niet alleen of ESMA meer macht krijgt, maar vooral of dat straks voor alle cryptobedrijven geldt of alleen voor de grotere, meer grensoverschrijdende partijen.
Nederland verliest mogelijk invloed, maar kiest niet voor puur nationaal
Voor Nederland is dit politiek gevoeliger dan het op het eerste gezicht lijkt. De AFM is nu het loket voor CASP-vergunningen en houdt het cryptoregister bij voor partijen die in Nederland met een vergunning of notificatie actief mogen zijn. Als een groot deel van de directe supervisie straks naar ESMA schuift, verliest Den Haag dus in de praktijk invloed op de voorkant van het toezicht.
Tegelijk staat Nederland niet meer vanzelfsprekend in het kamp dat alles thuis wil houden. Reuters meldde in maart dat Nederland samen met Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Polen centraler Europees markttoezicht steunt. Dat betekent niet automatisch dat Den Haag de meest vergaande versie voor alle CASP’s zonder meer omarmt, maar wel dat Nederland politiek niet langer alleen maar aan de rem hangt.
België dreigt minder invloed te voelen, maar ook minder directe grip te hebben
Voor België ligt het anders. De FSMA-pagina met Belgische crypto-asset service providers die hun voornemen hebben gemeld om crypto-diensten te verlenen, vermeldt op 8 mei 2026 simpelweg: “Nihil”. Dat betekent niet dat er helemaal geen crypto-activiteit met Belgische raakvlakken is, want de ESMA-registers omvatten ook partijen onder de Nationale Bank van België. Maar het laat wel zien dat de zichtbare Belgische pijplijn op dit moment beperkt oogt.
Daardoor is het Belgische risico dubbel. Formeel kan België invloed verliezen als toezicht verder centraliseert. In de praktijk is de vraag alleen hoeveel directe invloed er vandaag al is op een grote eigen CASP-markt. Voor België kan de uitkomst daarom minder voelen als een frontale machtsverschuiving en meer als een bevestiging dat veel crypto-aanbod toch al via grotere, grensoverschrijdende structuren loopt.
Niemand verdwijnt, maar de machtsbalans kan wel kantelen
Het beeld is dus genuanceerder dan “Brussel pakt het over”. Zelfs in de huidige teksten blijft nationale expertise een terugkerend thema. De Raad wijst expliciet op zorgen over institutioneel evenwicht, de rol van nationale autoriteiten en de noodzaak van duidelijke samenwerkingsvormen tussen ESMA en lokale toezichthouders. De ECB zegt op haar beurt ook dat nationale toezichthouders betekenisvol moeten blijven in het nieuwe raamwerk.
De scherpste conclusie is daarom deze. Ja, Nederland kan echte invloed verliezen als ESMA directe supervisie krijgt over een groot deel van de cryptomarkt, juist omdat de AFM nu nog een tastbare vergunning- en registerrol heeft.
België kan formeel ook invloed inleveren, maar daar lijkt het actuele nationale zwaartepunt kleiner. De uitkomst hangt nu vooral af van één vraag: blijft de Brusselse breedste versie overeind, of kiest de Raad uiteindelijk voor centralisatie alleen bij de grootste CASP’s? Precies daar wordt de komende fase beslist.