Bitcoin en
Ethereum dalen hard, maar voor Nederlandse bezitters stopt het verhaal niet bij de koersgrafiek. De
Belastingdienst kijkt bij werkelijk rendement in Box 3 ook naar waardeveranderingen van
cryptoās, waardoor bewijs en administratie zwaarder gaan wegen.
BTC noteert rond $62.627, met een dagrange tussen $62.263 en $65.550. Ethereum staat rond $1.683, na een daling van ongeveer 5 procent op de dag.
Die koersdruk kan fiscaal relevant zijn. De Belastingdienst noemt cryptoās expliciet bij werkelijk rendement en schrijft dat waardestijgingen Ć©n waardedalingen meetellen.
Fictief rendement botst sneller met dalende crypto
Cryptoās horen voor particuliere bezitters in Box 3. De waarde wordt opgegeven op 1 januari om 00.00 uur, volgens de koers op het gebruikte omwisselplatform.
Voor 2026 gebruikt de Belastingdienst bij crypto een fictief rendement van 6,00 procent. Crypto valt daarbij onder beleggingen en andere bezittingen, niet onder banktegoeden. Over het voordeel uit sparen en beleggen geldt in 2026 een tarief van 36 procent.
Daar zit de spanning. Iemand kan op 1 januari crypto bezitten, terwijl de markt later in het jaar fors daalt. Het fictieve rendement kan dan hoger uitpakken dan wat de belegger echt heeft gehaald.
Werkelijk rendement is het echte rendement op vermogen.
Daaronder vallen inkomsten Ʃn waardeveranderingen.
Bij crypto telt dus niet alleen verkoopwinst.
Ook een lagere waarde aan het eind van het jaar kan meetellen.
Dalingen tellen mee, maar niet onbeperkt
De Belastingdienst kijkt bij werkelijk rendement naar alle inkomsten uit vermogen en alle waardeveranderingen in ƩƩn kalenderjaar. Bij crypto kan een waardedaling dus negatief meetellen als de waarde aan het eind van het jaar lager is dan aan het begin.
Dat betekent niet dat elk verlies zomaar een aftrekpost wordt. Verlies op het ene deel van Box 3-vermogen kan binnen hetzelfde jaar worden verrekend met positief rendement op ander vermogen. Is het totale werkelijke rendement negatief, dan zet de Belastingdienst dit op nul. Een negatief rendement mag niet naar een ander jaar worden doorgeschoven.
De tegenbewijsregeling is daarom geen vrijbrief. Zij is vooral belangrijk voor mensen die kunnen aantonen dat hun echte rendement lager was dan het fictieve rendement.
Vanaf de aangifte inkomstenbelasting 2025 vraagt de Belastingdienst bij crypto automatisch of iemand ook werkelijk rendement wil doorgeven. Kiest iemand daarvoor, dan gebruikt de Belastingdienst het gunstigste bedrag: fictief of werkelijk rendement.
De administratie wordt het strijdpunt
Voor crypto-houders ligt het praktische probleem bij bewijs. De Belastingdienst vraagt bij werkelijk rendement over cryptoās in elk geval de waarde op 1 januari en 31 december. Ook de totale waarde van aankopen en verkopen over het hele jaar moet worden doorgegeven.
Bij ƩƩn exchange is dat nog overzichtelijk. Bij meerdere wallets, bridges, DeFi-posities, staking, airdrops of tokens met vaste waarde wordt het snel lastiger. De fiscale vraag verschuift dan van āwat stond er op mijn scherm?ā naar āwat kan ik reconstrueren?ā
Dat bewijs moet passen bij het kalenderjaar. Bij fictief rendement kijkt de Belastingdienst naar de peildatum op 1 januari. Bij werkelijk rendement tellen veranderingen tijdens het belastingjaar juist wel mee.
Die scheiding is belangrijk. Een daling na 1 januari verandert niet automatisch de peildatumwaarde. Zij kan wel relevant worden als iemand werkelijk rendement doorgeeft.
Exchanges gaan meer gegevens rapporteren
De fiscale omgeving wordt strakker. De Belastingdienst schrijft dat cryptodienstverleners vanaf 2026 mogelijk te maken krijgen met DAC8 en het Crypto-Asset Reporting Framework. Die regels verplichten aanbieders om klantgegevens bij te houden en te rapporteren, waarna belastingdiensten gegevens kunnen uitwisselen.
Voor gebruikers betekent dit niet dat elke wallet direct in beeld is. Het betekent wel dat crypto-administratie minder vrijblijvend wordt, zeker bij exchanges, brokers en vermogensbeheerders.
Nederlandse bezitters kunnen dus niet alleen naar marktprijs kijken. Zij moeten ook vastleggen waar crypto stond, wanneer posities zijn gekocht of verkocht, en welke koersbron is gebruikt.
Geen persoonlijk belastingadvies, maar wel een harde praktische les: wie tegenbewijs wil leveren, heeft data nodig voordat de discussie begint.
Crypto daalt, de fiscus rekent door
De markt kijkt nu naar steun, liquiditeit en verkoopdruk. De Belastingdienst kijkt uiteindelijk naar vermogen, fictief rendement en werkelijk rendement. Die werelden raken elkaar zodra crypto in Box 3 valt.
Voor Nederlandse beleggers maakt een dalende markt de tegenbewijsregeling relevanter. Niet omdat verliezen automatisch geld opleveren, maar omdat de werkelijke uitkomst sterk kan afwijken van 6,00 procent fictief rendement.
Wie crypto bezit, moet dus verder kijken dan de candle van vandaag. De fiscale vraag komt later, maar het bewijs ontstaat nu.