ABN AMRO stapt in een Europese bankchain die niet mikt op cryptohandelaren, maar op gereguleerde financiële markten. RL1 moet digitale obligaties, tokenized assets en directe afwikkeling tussen instellingen mogelijk maken.
Dat is geen aanval op
Ethereum. Het is eerder een poging van
banken om
blockchain te gebruiken zonder de open cryptowereld volledig binnen te laten.
Regulated Layer One is op 28 juli 2026 officieel gestart als Europese coöperatieve vennootschap in Luxemburg. Tien financiële instellingen richten het netwerk op.
Naast ABN AMRO doen Cecabank, Chartered Investment, Crédit Mutuel Alliance Fédérale, DekaBank, DZ BANK, LBBW, Natixis CIB, SC Ventures en Seturion mee.
Banken willen één gedeelde laag
Europese banken testen al jaren met blockchain. Het probleem: veel projecten blijven losse eilanden.
De ene bank bouwt een digitale obligatie op systeem A. Een andere partij test settlement op systeem B. Daarna moeten de koppelingen alsnog worden gebouwd.
RL1 wil die versnippering verminderen. Het netwerk moet één gedeelde basislaag worden waarop gereguleerde partijen toepassingen kunnen bouwen.
Het netwerk is permissioned. Dat betekent dat alleen goedgekeurde deelnemers toegang krijgen en transacties kunnen uitvoeren.
Dat is het grote verschil met publieke blockchains. Op
Ethereum of Solana kan in principe iedereen een wallet aanmaken, een transactie sturen of een applicatie lanceren.
Bij RL1 zijn deelnemers bekend. Toegang, governance en controles liggen bij financiële instellingen.
Niemand krijgt alleen de sleutel
De coöperatieve opzet moet machtsconcentratie beperken.
RL1 is opgezet als Société Coopérative Européenne, een Europese coöperatie met zetel in Luxemburg. Volgens RL1 krijgt ieder lid gelijke beslissingsrechten.
Dat is belangrijk. Banken willen geen digitale marktlaag die wordt gedomineerd door één softwarebedrijf, één bank of één groep nodebeheerders.
De leden bepalen samen de verdere ontwikkeling. Een raad van toezicht ziet toe op strategie, governance en naleving.
SWIAT blijft betrokken als technische dienstverlener. De onderliggende DLT-laag komt voort uit het bestaande SWIAT-netwerk.
Banken willen blockchain, maar dan met bekende partijen, vaste regels en een bestuur dat zij zelf kunnen controleren.
Meer dan €700 miljoen verwerkt
RL1 begint niet vanaf nul.
Het netwerk is gebaseerd op de bestaande productielaag van SWIAT. Die draait volgens RL1 al drie jaar.
In die periode zijn meer dan 50 transacties verwerkt met een gezamenlijke waarde van meer dan €700 miljoen. Het ging onder meer om digitale effecten en toepassingen op kapitaalmarkten.
Dat maakt RL1 meer dan een whitepaper. Er staat al draaiende techniek onder.
Tegelijk blijft de schaal beperkt vergeleken met traditionele markten. Vijftig transacties is weinig naast de dagelijkse stroom aan obligaties, fondsen en onderpandbewegingen in Europa.
De echte test komt dus later. Niet of een digitale obligatie kan worden uitgegeven, maar of banken terugkerende processen naar RL1 brengen.
Digitale obligaties en onderpand
RL1 richt zich op institutionele toepassingen.
Denk aan digitale obligaties, tokenized real-world assets, onderpand, repo’s, effectenleningen, fondsen en margining voor derivaten.
Bij gewone effectentransacties zitten vaak meerdere partijen en systemen tussen handel en afwikkeling. De deal kan rond zijn, terwijl levering en betaling later pas worden verwerkt.
Een gedeeld blockchainregister kan eigendomsoverdracht en betaling dichter bij elkaar brengen.
Dat kan tegenpartijrisico verlagen. Ook kan kapitaal sneller opnieuw beschikbaar komen.
Maar tokenisatie lost maar één helft van de transactie op. Een digitale obligatie is weinig waard zonder betrouwbaar digitaal betaalmiddel.
Daarom noemt RL1 ook bankgeld, centralebankgeld en
stablecoins als mogelijke onderdelen van het netwerk.
ABN AMRO koppelt RL1 aan Qivalis
De deelname van ABN AMRO staat niet los van zijn stablecoinplannen.
De bank sloot zich eerder aan bij
Qivalis, een Europees bankenconsortium dat werkt aan een gereguleerde eurostablecoin.
ABN AMRO wil daarmee directe toegang tot een digitale on-chain euro krijgen. Die kan worden gebruikt voor betalingen, liquiditeitsbeheer en afwikkeling van getokeniseerde activa.
De bank zegt dat RL1 en Qivalis samen een Europese basis bieden om digitale betalingen en effectenafwikkeling op te schalen.
De verdeling ligt voor de hand. RL1 levert de gedeelde marktlaag voor activa en transacties.
Qivalis kan de eurokant leveren. Daarmee hoeven digitale transacties niet steeds terug naar oude off-chain processen.
Geen gewone crypto-L1
De naam Regulated Layer One kan verwarrend zijn.
RL1 is geen publieke layer 1 die met retailgebruikers om aandacht strijdt. Het netwerk wil geen nieuwe memecoinhandel, NFT-hype of open DeFi-race starten.
Het richt zich op banken en andere gereguleerde partijen die bekende deelnemers, juridische verantwoordelijkheid en voorspelbaar beheer nodig hebben.
Daarmee concurreert RL1 niet rechtstreeks met open blockchains. Het bouwt een andere markt.
Publieke netwerken bieden wereldwijde toegang en diepe cryptoliquiditeit. RL1 biedt gecontroleerde toegang en bankbestuur.
Die twee werelden kunnen naast elkaar bestaan. Ze kunnen later zelfs koppelen.
Maar voor Europese banken is de eerste stap duidelijk. Zij willen hun eigen rails voordat zij volledig afhankelijk worden van publieke ketens.
Benelux zit in de bestuurslaag
Voor de Benelux is dit opvallend concreet.
ABN AMRO zit als Nederlandse oprichter aan tafel. Luxemburg wordt de juridische thuisbasis van de coöperatie. Qivalis is bovendien in Amsterdam gevestigd en moet onder toezicht van De Nederlandsche Bank komen.
Dat geeft Nederland en Luxemburg een directe rol in de bouw van gereguleerde tokenisatie in Europa.
Voor beleggers is de les nuchter. Dit is positief voor blockchain als technologie, maar niet automatisch voor iedere cryptotoken.
Banken kunnen tokenized assets uitgeven, afwikkelen en beheren op gesloten netwerken. Daarvoor hoeven zij geen publieke token als strategisch bezit aan te houden.
De waarde kan terechtkomen bij banken, softwareleveranciers, custodians en gereguleerde betaalmiddelen. Niet vanzelf bij de coins waar cryptobeleggers op gokken.
De test is volume, niet de aankondiging
RL1 laat zien dat Europese banken voorbij losse pilots willen.
De vraag is nu of echte markthandel volgt. Digitale obligaties, onderpand en fondsen moeten niet alleen eenmalig getest worden, maar dagelijks door instellingen worden gebruikt.
KfW en L-Bank blijven het initiatief ondersteunen. NatWest wordt door RL1 genoemd als partij waarmee gesprekken lopen en die binnenkort kan aansluiten.
Henning Vollbehr, voormalig topman van SWIAT, leidt de nieuwe coöperatie.
ABN AMRO krijgt daarmee invloed op de technische en bestuurlijke basis van een Europese markt voor tokenized assets.
Maar het succes van RL1 wordt niet bepaald door het aantal logo’s op de website. Het wordt bepaald door de vraag hoeveel bestaande financiële processen banken durven te verplaatsen.
De bankchain staat aan. Nu moet blijken of Europa er ook echt op gaat handelen.