Een wereld die volledig op
Bitcoin draait, kan minder financiële bubbels kennen. Volgens analist
Willy Woo hangt daar mogelijk een prijskaartje aan: tragere economische groei.
Zijn redenering raakt aan een zwakke plek in het idee van Bitcoin als hard geld. Een vaste hoeveelheid munten beschermt spaarders tegen monetaire verwatering, maar kan schuld juist zwaarder maken wanneer de koopkracht van
BTC stijgt.
Daarmee verschuift de discussie van Bitcoin als belegging naar een grotere vraag: wat gebeurt er met krediet wanneer het geld zelf steeds schaarser wordt?
Woo ziet vooral een probleem bij schulden
Woo reageerde op een oude uitdaging van Saifedean Ammous, auteur van The Bitcoin Standard.
Ammous vroeg om een inhoudelijk argument tegen een geldstelsel met een harde aanbodgrens. Woo zoekt zijn antwoord niet bij betalen of sparen, maar bij lenen.
Bedrijven gebruiken schuld om fabrieken,
onderzoek, datacenters en andere investeringen vooruit te financieren. De opbrengsten daarvan komen pas later.
Wanneer de eenheid waarin die schuld luidt ondertussen steeds meer koopkracht krijgt, wordt terugbetaling zwaarder.
Dat kan kredietverstrekkers voorzichtiger maken en bedrijven ontmoedigen om geld te lenen.
Eén bitcoin lenen kan een dure belofte worden
Een eenvoudig voorbeeld laat het probleem zien.
Een onderneming leent één bitcoin wanneer BTC €50.000 waard is. Met dat geld koopt zij machines en betaalt zij personeel.
Later moet die ene bitcoin worden terugbetaald.
Staat BTC dan op €100.000 terwijl de inkomsten van het bedrijf vooral in euro's gelijk zijn gebleven, dan is de economische last van die schuld fors gestegen.
Daar zit Woo's punt.
De hoeveelheid verschuldigde bitcoin verandert niet. De waarde die nodig is om die schuld terug te verdienen mogelijk wel.
In een echte Bitcoin-economie wordt het ingewikkelder
Dat voorbeeld kent ook een belangrijke beperking.
Wanneer bitcoin werkelijk de standaard voor een hele economie wordt, zouden niet alleen schulden in BTC luiden. Ook lonen, prijzen, omzet en contracten kunnen dan in bitcoin worden uitgedrukt.
Een stijgende BTC/EUR-koers vertelt in zo'n wereld weinig.
De relevante vraag wordt hoeveel goederen, arbeid en inkomsten nodig zijn om een lening terug te betalen.
Als prijzen in bitcoin dalen terwijl een schuld nominaal gelijk blijft, kan de reële schuld alsnog zwaarder worden. Maar hoe sterk dat effect is, hangt af van productiviteit, lonen en de voorwaarden van het krediet.
Een stijgende bitcoinprijs tegenover fiat bewijst dus niet automatisch dat een Bitcoin-economie vastloopt.
Minder krediet kan ook minder bubbels betekenen
Woo ziet de rem op schuld niet uitsluitend als nadeel.
Goedkoop en overvloedig krediet kan productieve investeringen financieren. Het kan ook vastgoed, aandelen en andere activa opjagen wanneer geld vooral richting speculatie stroomt.
Een harder geldstelsel kan die tweede categorie afremmen.
Als kredietverstrekkers meer risico lopen en schuldenaren voorzichtiger worden, moeten investeringen eerder aantonen dat zij voldoende rendement opleveren.
Dat kan minder projecten opleveren.
Maar mogelijk ook minder slechte projecten.
Groei hoeft niet volledig uit schuld te komen
Daarmee ontstaat een tegenargument tegen Woo's redenering.
Een vaste Bitcoin-voorraad verbiedt krediet niet.
Spaarders kunnen BTC uitlenen. Bedrijven kunnen aandelen uitgeven. Investeerders kunnen rechtstreeks eigen vermogen inbrengen. Winsten kunnen opnieuw worden geïnvesteerd.
Het aantal bitcoins bepaalt bovendien niet hoeveel fabrieken, chips, energie of menselijke kennis een economie kan produceren.
Wat verandert, zijn vooral de voorwaarden waaronder geld van spaarders naar ondernemers stroomt.
Een wereld met minder schuld hoeft dus niet automatisch een wereld zonder investeringen te zijn.
Historische deflatie geeft geen simpel antwoord
Ook de geschiedenis ondersteunt geen eenvoudige regel waarbij dalende prijzen automatisch economische stilstand veroorzaken.
Onderzoekers van de Bank for International Settlements bekeken voor een
studie uit 2015 tot 140 jaar aan gegevens uit maximaal 38 economieën.
Zij vonden slechts een zwakke algemene samenhang tussen dalende consumentenprijzen en economische groei. De Grote Depressie was daarbij een belangrijke uitzondering.
Veel duidelijker was de relatie tussen economische problemen en dalende activaprijzen, vooral vastgoed.
De onderzoekers waarschuwen zelf voor brede conclusies. Hun onderzoek gaat bovendien niet over Bitcoin.
Het laat wel zien dat “geld wordt meer waard, dus groei stopt” historisch te simpel is.
Bitcoin verandert vooral de verdeling van het risico
Daar zit uiteindelijk de interessantste vraag.
In een geldstelsel waarin de hoeveelheid geld makkelijk kan groeien, kan een deel van het risico worden opgevangen via extra liquiditeit en kredietcreatie.
Bij een harde voorraadgrens verdwijnt die mogelijkheid niet volledig, maar wordt zij lastiger.
Schuldenaar en kredietverstrekker moeten daardoor nauwkeuriger afspreken wie het risico draagt wanneer de koopkracht van het geld verandert.
Dat kan leiden tot hogere rentes, kortere looptijden of andere contractvormen.
Het kan ook betekenen dat meer bedrijven voor eigen vermogen kiezen in plaats van schuld.
Hard geld heeft dus ook economische kosten
Bitcoin-aanhangers wijzen terecht op een duidelijke eigenschap: niemand kan besluiten tientallen miljoenen extra BTC te creëren om financiële problemen op te lossen.
Precies die beperking maakt de munt aantrekkelijk als schaars bezit.
Maar dezelfde beperking kan minder prettig zijn wanneer een economie snel veel geld wil mobiliseren voor projecten die pas jaren later iets opleveren.
Woo noemt de huidige financiering van AI-compute als voorbeeld van groei waarvoor enorme bedragen vooraf nodig zijn.
Of zulke investeringen onder een Bitcoinstandaard verdwijnen, is niet bewezen.
Waarschijnlijker is dat de prijs en verdeling van krediet veranderen.
Minder bubbels of minder groei is geen uitgemaakte keuze
Woo legt daarmee een nuttige zwakke plek bloot in een vaak simpele Bitcoin-these.
Schaarste is aantrekkelijk voor iemand die spaart. Een ondernemer die vandaag wil investeren en pas over vijf jaar inkomsten verwacht, kijkt naar een andere rekensom.
Dat betekent niet dat een Bitcoinstandaard noodzakelijk faalt.
Het betekent ook niet dat schuldgedreven groei altijd wenselijk is.
De echte afweging zit tussen krediet dat toekomstige productie financiert en krediet dat vooral nieuwe bubbels bouwt.
Bitcoin kan die tweede categorie harder raken.
De vraag is hoeveel van de eerste categorie daarbij mee sneuvelt.