Tuur Demeester kijkt naar de grote geldkraan.
Bitcoin-handelaren kijken naar de ETF-uitstroom van vandaag. Die twee beelden botsen nu. De macrocase leeft, maar de markt handelt nog niet alsof de risk-on fase terug is.
Globale liquiditeit betekent simpel gezegd: hoeveel geld er door het financiële systeem stroomt. Als die geldstroom stijgt, krijgen risicovolle assets zoals
bitcoin vaak meer adem.
Demeester blijft bij zijn cycluscase
Demeester deelde op
X opnieuw de link tussen bitcoin bullmarkten en stijgende globale liquiditeit.
Dat is geen vreemd argument. Bitcoin heeft in eerdere cycli vaak sterk gereageerd op ruimer geldbeleid en groeiende risicobereidheid.
Maar timing is alles. Een macrotrend kan kloppen terwijl de markt wekenlang rommelt.
Bitcoin handelt rond $61.500. Dat is herstel, maar geen schone trendbreuk.
ETF’s trekken nog geld weg
De zwakste plek zit bij de Amerikaanse spot bitcoin-ETF’s. Volgens
Farside Investors stroomde op 1 juli netto $296 miljoen uit de producten.
IBIT verloor $219,4 miljoen. FBTC verloor $51 miljoen. ARKB zag $39,9 miljoen vertrekken.
Dat zijn geen kleine getallen. ETF’s waren eerder juist de plek waar institutionele vraag zichtbaar werd.
Als die route geld verliest, moet de rest van de markt harder werken.
Derivaten houden de trade nerveus
De hefboommarkt maakt het beeld niet rustiger.
CoinGlass toont via het
BTC-futuresdashboard ongeveer $48 miljard aan bitcoin open interest. Dat is veel open risico.
Op de
liquidatiepagina staan ook forse 24-uurs liquidaties voor de bredere markt.
Hoge leverage betekent dat traders met geleend geld werken. Een kleine koersmove kan dan grote gedwongen sluitingen veroorzaken.
Daarom kan bitcoin op papier sterk ogen, maar in de praktijk snel terugvallen.
Macrocase is niet dood, wel onbewezen
Demeester kijkt naar de grotere cyclus. Dat is verdedigbaar.
Bitcoin reageert vaak laat op monetaire verruiming. Eerst komt twijfel, daarna pas overtuiging.
Maar ETF-uitstroom en zware derivatenposities zeggen iets anders over nu. Ze tonen geen rustige accumulatie.
Ze tonen een markt waarin posities snel worden opgebouwd en net zo snel worden gesloopt.
Voor Max is dat simpel: een goed macroplaatje betaalt je rekening niet als je liquidatieprijs te dichtbij ligt.
Voor de Benelux telt wat platforms laten zien
Nederlandse en Belgische beleggers zien meestal alleen de koers. De onderliggende flows blijven vaak buiten beeld.
Onder MiCA moeten aanbieders in Europa duidelijker werken. ESMA legt op zijn
MiCA-pagina uit dat de regels draaien om transparantie, toelating en toezicht.
De
AFM houdt bij welke CASP’s diensten in Nederland mogen leveren. De
FSMA wijst in België op regels voor cryptodiensten.
Dat verlaagt geen marktrisico. Het maakt alleen beter zichtbaar wie welke dienst aanbiedt.
De geldkraan moet zichtbaar worden
Demeesters punt is sterk, maar nog niet zichtbaar genoeg in de tape.
ETF-flows moeten keren. Liquidaties moeten afnemen. Open interest moet minder giftig worden.
Pas dan krijgt de liquiditeitscase vlees op de botten.
Tot die tijd blijft bitcoin precies wat het nu is: een macroverhaal met een derivatenprobleem.