Banken kunnen straks via
Chainlink aansluiten op Swifts blockchainledger zonder hun transactiesleutels uit handen te geven.
Chainlink maakte de nieuwe koppeling op 28 september bekend tijdens Sibos in Miami. Via de Chainlink Runtime Environment, kortweg CRE, moeten banken hun eigen systemen kunnen verbinden met Swifts
ledger voor betalingen met getokeniseerde banktegoeden.
Daarmee mikt Chainlink op een vrij concreet probleem: banken willen 24/7 digitaal geld kunnen verplaatsen zonder hun bestaande beveiligings- en goedkeuringsprocessen volledig te vervangen.
Banken houden zelf de sleutel
De
aankondiging van Chainlink draait om een zogenoemd self-signingmodel.
De financiële instelling houdt zelf controle over de cryptografische sleutels waarmee transacties worden goedgekeurd.
CRE coördineert vervolgens de stappen tussen de systemen van die bank en Swifts ledger.
Dat is belangrijk voor grote financiële instellingen.
Een bank wil niet dat een externe cryptopartij zelfstandig transacties namens haar kan ondertekenen. Interne controles, autorisaties en beveiligingsregels moeten intact blijven.
Chainlink probeert zichzelf hier dus tussen de systemen te plaatsen zonder eigenaar van de transactiemacht te worden.
Geld blijft op de balans van de bank
Ook Swifts ontwerp verdient precisie.
De getokeniseerde deposito's verhuizen niet allemaal naar één centrale
Swift-token.
Ze blijven op de eigen ledgers van deelnemende banken en blijven bankgeld op hun balansen.
Swifts
blockchainledger coördineert vervolgens de betalingsverplichtingen tussen instellingen.
Simpel gezegd: de ledger zorgt ervoor dat banken dezelfde actuele status van een betaling zien en dat de noodzakelijke middelen klaarstaan.
Daarna vindt de uiteindelijke settlement nog steeds via afgesproken systemen plaats.
Dat kan bijvoorbeeld via bestaande realtime bruto-afwikkelingssystemen.
Swift vervangt de bestaande betaalwereld dus niet
Dat onderscheid is belangrijk.
De nieuwe ledger is geen plan waarbij banken massaal hun bestaande systemen weggooien en alles volledig op een publieke
blockchain zetten.
Swift voegt juist een digitale coördinatielaag toe boven op bestaande bankprocessen.
De ledger kan bijvoorbeeld 's nachts bevestigen dat Bank A voldoende getokeniseerde deposito's beschikbaar heeft voor een betaling aan Bank B.
De banken kunnen die betalingsverplichting direct verwerken.
De formele eindafwikkeling kan daarna nog via de bestaande kanalen plaatsvinden.
Dat hybride model maakt 24/7 betalingen mogelijk zonder het hele bancaire systeem in één keer te vervangen.
Weekend wordt daarmee veel interessanter
Traditionele grensoverschrijdende betalingen lopen nog vaak tegen openingstijden, liquiditeitsbeheer en verschillende tijdzones aan.
Een bedrijf in Singapore kan geld nodig hebben terwijl de relevante bankdesk in Europa gesloten is.
Getokeniseerde deposito's kunnen dat proces flexibeler maken.
Swift zegt dat zijn ledger betalingen tussen deelnemende instellingen ook overnight en in het weekend kan coördineren.
Voor bedrijven kan dat betekenen dat geld niet meer tot maandagochtend hoeft te wachten omdat een traditioneel proces buiten kantooruren minder beschikbaar is.
Dat is waar de economische waarde moet ontstaan.
Niet omdat er “blockchain” op staat.
Maar omdat geld sneller bruikbaar wordt.
Zeventien instellingen zijn al verder dan alleen voorbereiding
Swift kondigde in juli aan dat zeventien financiële instellingen uit zes continenten als eerste gebruikers met de ledger aan de slag gingen.
Op 28 september kwam daar een belangrijkere update bij.
Volgens
Swift hebben de meeste van die zeventien banken inmiddels daadwerkelijk 24/7 realtime betalingen uitgevoerd.
Daarbij werden vijf valuta gebruikt:
EUR, GBP, HKD, SGD en USD.
De toepassingen liepen uiteen van transacties tussen instellingen tot corporate treasury en interbancaire financiering.
Dat brengt het project duidelijk verder dan een puur theoretische proof-of-concept.
Maar dat zijn niet automatisch zeventien Chainlink-klanten
Hier moet de rem erop.
De zeventien instellingen horen bij Swifts eigen ledgerprogramma.
Chainlink zegt nu een oplossing te bouwen waarmee financiële instellingen gemakkelijker op die ledger kunnen aansluiten.
Dat betekent niet dat alle zeventien banken de nieuwe Chainlink-route gebruiken.
Chainlink maakt ook niet bekend hoeveel instellingen de koppeling al hebben gekozen.
Er worden evenmin transactievolumes of commerciële contractwaarden genoemd.
De juiste conclusie is dus:
Swift heeft een ledger die al door grote banken wordt gebruikt.
Chainlink probeert daar een toegangspunt voor financiële instellingen bovenop te bouwen.
Hoeveel banken dat toegangspunt werkelijk gaan gebruiken, moet nog blijken.
Chainlink hoeft daarvoor de banksoftware niet over te nemen
Daar zit waarschijnlijk de commerciële aantrekkingskracht.
Grote banken draaien complexe interne systemen die niet eenvoudig vervangen kunnen worden.
Chainlink probeert CRE te gebruiken om verschillende onderdelen met elkaar te laten communiceren.
De bestaande banksoftware blijft staan.
De bank houdt de transactiesleutels.
Swift blijft zijn eigen ledger beheren.
CRE voert de benodigde stappen tussen die omgevingen uit.
Voor Chainlink is dat een ander soort markt dan de klassieke cryptoapplicaties waarop het project groot werd.
Het verkoopt hier vooral koppeling en coördinatie tussen bestaande financiële systemen en digitale assets.
Getokeniseerd bankgeld verschilt van stablecoins
Getokeniseerde deposito's klinken misschien als
stablecoins, maar juridisch en economisch zit er een belangrijk verschil.
Een getokeniseerd deposito vertegenwoordigt een banktegoed bij de bank die het uitgeeft.
De klant heeft dus nog steeds een vordering op die bank.
Bij een stablecoin ligt de structuur anders. Daar geeft een afzonderlijke uitgever digitale tokens uit die bijvoorbeeld door dollars, staatsobligaties of andere activa worden gedekt.
Swift kiest voor zijn eerste ledgergebruik nadrukkelijk voor bank-issued tokenized deposits.
Dat houdt commercieel bankgeld centraal in het proces.
Chainlink lanceert dezelfde dag CCIP 2.0
De Swift-aankondiging kwam op dezelfde dag als een tweede grote Chainlink-release.
CCIP 2.0 is nu live en breidt Chainlinks systeem voor transacties tussen verschillende blockchains uit.
De upgrade richt zich sterk op instellingen en uitgevers van getokeniseerde activa.
Een organisatie kan bijvoorbeeld een extra eigen verificatielaag toevoegen voordat een cross-chaintransactie wordt uitgevoerd.
Dat gebeurt via Cross-Chain Verifiers.
Beide controles moeten dan toestemming geven voordat de transactie verdergaat.
Instellingen kunnen eigen regels inbouwen
CCIP 2.0 voegt ook meer mogelijkheden toe voor compliance.
Een uitgever kan regels laten controleren rond identiteit, sancties, toegestane ontvangers en transactielimieten.
Denk aan een getokeniseerd fonds dat alleen mag bewegen tussen vooraf goedgekeurde institutionele partijen.
Via de Chainlink Automated Compliance Engine kunnen zulke voorwaarden onderdeel van de transactiestroom worden.
Dat maakt de techniek interessanter voor partijen die wel digitale activa willen gebruiken, maar niet iedere
wallet onbeperkte toegang mogen geven.
Sneller is optioneel, volledige finaliteit blijft standaard
Ook de snelheid wordt configureerbaar.
Normaal wacht CCIP op volledige finaliteit van de bronblockchain voordat de volgende stap wordt uitgevoerd.
Dat blijft de standaardinstelling.
CCIP 2.0 maakt daarnaast snellere verwerking mogelijk wanneer een uitgever bereid is het extra risico daarvan te accepteren.
Een instelling kan dus bijvoorbeeld kleine, frequente transacties sneller laten verlopen en voor een transactie van honderden miljoenen wachten op volledige finaliteit.
Dat is een stuk realistischer dan één beveiligingsinstelling voor iedere soort betaling.
Swift en CCIP lossen niet hetzelfde probleem op
De twee aankondigingen moeten niet op één hoop worden gegooid.
De Swift-koppeling gaat over banken die via CRE toegang krijgen tot Swifts gedeelde ledger en hun eigen getokeniseerde deposito's gebruiken.
CCIP 2.0 gaat over activa en berichten die tussen verschillende blockchainnetwerken bewegen.
De overeenkomst zit vooral in het doel.
Chainlink wil de laag worden die verschillende financiële systemen met elkaar laat praten.
Soms is dat een bank die Swift gebruikt.
Soms zijn het twee blockchains.
Soms gaat het om een combinatie van bestaande financiële systemen en
smart contracts.
Banken hoeven daarvoor geen LINK te kopen
Voor
LINK-houders zit hier meteen een belangrijke nuance.
De aankondiging zegt niet dat deelnemende banken LINK op de open markt moeten kopen of op hun balans moeten zetten om Swifts ledger te gebruiken.
Chainlink beschrijft wel een breder economisch model waarbij inkomsten uit bedrijfsgebruik kunnen worden omgezet in LINK en terechtkomen in de Chainlink Reserve.
Maar voor deze specifieke Swift-koppeling is geen vergoeding, volume of verwachte LINK-aankoop bekendgemaakt.
Een nieuwe bankintegratie is dus niet automatisch hetzelfde als nieuwe spotvraag naar LINK.
Dat economische verband moet eerst zichtbaar worden in werkelijk gebruik en inkomsten.
Het interessante gevecht gaat om de verbindingslaag
Daar zit uiteindelijk de grotere inzet.
Banken bouwen eigen tokenized-depositplatforms.
Swift bouwt een gedeelde ledger.
Publieke en private blockchains blijven daarnaast bestaan.
Al die systemen moeten informatie en waarde met elkaar kunnen uitwisselen zonder dat iedere bank tientallen losse verbindingen bouwt.
Chainlink probeert precies die positie te pakken.
Niet noodzakelijk als de
blockchain waarop alle activa staan.
Maar als de laag die ervoor zorgt dat verschillende systemen dezelfde transactie kunnen uitvoeren.
Dat klinkt minder spectaculair dan “banken stappen op Chainlink”.
Het kan commercieel juist interessanter zijn.
Wie de verbindingen tussen al die systemen levert, hoeft namelijk niet te winnen welke blockchain uiteindelijk het grootst wordt.
De volgende cijfers worden belangrijker dan de aankondiging
Technisch is de richting nu duidelijk.
Swift heeft zeventien first movers en meldt dat de meeste al 24/7 betalingen hebben uitgevoerd.
Chainlink bouwt een koppeling waarmee banken hun eigen systemen en transactiesleutels aan die ledger kunnen verbinden.
CCIP 2.0 geeft instellingen daarnaast meer controle over transacties tussen blockchains.
Maar voor de markt ontbreken nog de cijfers die uiteindelijk tellen.
Hoeveel banken kiezen daadwerkelijk voor CRE?
Hoeveel geld beweegt via die verbinding?
Wat betaalt een instelling daarvoor?
En hoeveel daarvan stroomt uiteindelijk door naar Chainlinks economische model?
Daar begint de echte test.
Niet wanneer een bank een ledger kan bereiken.
Maar wanneer banken die verbinding dag en nacht genoeg gebruiken om er structureel voor te betalen.