De Nederlandse economie geeft risicobeleggers een ongemakkelijk signaal. Het CBS meldde donderdagochtend dat de
inflatie in maart is opgelopen naar 2,7%, tegen 2,4% in februari. Tegelijk kromp de consumptie van huishoudens in februari met 0,5% op jaarbasis, na een daling van 0,3% in januari.
Vooral de inflatiekant springt eruit.
Volgens het CBS werd de stijging in maart mede aangejaagd door duurdere motorbrandstoffen en voedingsmiddelen. Brandstoffen waren zelfs 18,7% duurder dan een jaar eerder. De gemiddelde dieselprijs steeg van 1,834 euro per liter in februari naar 2,294 euro in maart, terwijl benzine opliep van 2,039 euro naar 2,249 euro. Op maandbasis waren goederen en diensten in maart ook nog eens 0,7% duurder dan in februari.
Tegelijk
geeft de consument juist minder uit. Huishoudens kochten in februari 1,1% minder duurzame goederen, waaronder vooral minder auto’s en kleding. Ook de consumptie van overige goederen, zoals energie en motorbrandstoffen, lag 3,9% lager dan een jaar eerder. Alleen bij diensten bleef een minieme plus over van 0,1%.
Samen schetsen die cijfers een lastiger beeld dan één los inflatiecijfer doet vermoeden. De prijsdruk loopt op, terwijl de bestedingen afkoelen. Het CBS schrijft zelf dat de omstandigheden voor consumptie in maart ongunstiger waren dan in februari. Ook het bredere conjunctuurbeeld verslechterde: in maart presteerden 9 van de 13 indicatoren in de Conjunctuurklok slechter dan hun langjarige trend.
Voor cryptobeleggers is juist die combinatie relevant. Dit is geen beeld van een consument die ruimer in zijn jas zit, maar van een huishouden dat meer prijsdruk voelt en tegelijk selectiever moet worden. Dat is een macro-omgeving waarin markten gevoeliger kunnen worden voor nieuwe inflatiecijfers, brandstofprijzen en signalen over rente en groei.
De kern is daarmee simpel: hogere inflatie en zwakkere consumptie vormen samen een waarschuwingslampje. Voor Nederlandse beleggers, ook in crypto, wordt de vraag de komende weken niet alleen of de inflatie verder oploopt, maar ook of de consument deze druk begint te vertalen in structureel zwakkere bestedingen.