Het kabinet wil crimineel vermogen sneller kunnen afpakken. Dat moet straks ook mogelijk worden zonder veroordeling, en in sommige gevallen zelfs zonder verdachte in beeld. Voor de gemiddelde cryptobelegger verandert er niet direct iets, maar de trend is duidelijk: autoriteiten krijgen in Europa steeds meer ruimte om verdachte vermogensstromen — en dus ook crypto — sneller vast te zetten.
Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel
gaf aan dat de bewijslast in belangrijke mate meer bij de belanghebbende komt te liggen. In de toelichting van de Rijksoverheid wordt dat concreet gemaakt met voorbeelden als een dure auto of grote hoeveelheden contant geld.
In zulke gevallen moet iemand kunnen uitleggen waar dat vermogen vandaan komt, als het Openbaar Ministerie aannemelijk maakt dat er een criminele herkomst is. De lijn van het kabinet is duidelijk: in de aanpak van ondermijnende
criminaliteit moet niet alleen de persoon centraal staan, maar juist ook het geld en de goederen.
Voor crypto is dat relevant omdat digitale activa steeds vaker onderdeel zijn van financieel opsporingswerk. In het nieuwsbericht wordt crypto niet expliciet genoemd, maar wel gesproken over “vermogen” en over het effectiever opsporen, bevriezen, beheren en confisqueren van crimineel eigendom.
De onderliggende EU-richtlijn waarop Nederland zich baseert, stelt minimumnormen vast voor het traceren, identificeren, bevriezen, confisqueren en beheren van crimineel vermogen binnen de EU. De Raad van de EU zei bij de aanneming van die wet in april 2024 bovendien dat de regels EU-breed gelden voor het beheer van crimineel vermogen in verband met een breed scala aan misdrijven.
Dat betekent niet dat gewone cryptobeleggers in Nederland of België nu ineens moeten vrezen dat hun wallet zomaar wordt afgepakt. Daarvoor is deze maatregel te breed en te zwaar aangezet.
De echte relevantie ligt bij verdachte vermogensstromen, bij crypto die volgens opsporingsdiensten samenhangt met fraude, witwassen of andere criminaliteit, en bij de vraag hoe snel autoriteiten zulke bezittingen straks kunnen bevriezen of verkopen. De Rijksoverheid schrijft namelijk ook dat in beslag genomen voorwerpen in meer gevallen al verkocht kunnen worden voordat een strafzaak is afgerond. Dat moet de opbrengst verhogen en de opslagkosten beperken.
Voor cryptobedrijven en platforms is vooral de richting van belang. De Europese wet achter dit voorstel is bedoeld om asset recovery offices in lidstaten nauwer te laten samenwerken en om binnen de EU tot een meer uniforme aanpak te komen. Voor de cryptosector past dat in een bredere trend: meer grip op de herkomst van vermogen, meer internationale samenwerking en minder ruimte voor anonieme of slecht verklaarbare geldstromen.
De nieuwswaarde zit hier dan ook niet in paniek, maar in de bredere betekenis. Dit wetsvoorstel is geen aanval op reguliere beleggers, maar wel een signaal dat de juridische ruimte om verdacht vermogen af te pakken verder wordt uitgebreid. In een markt waar crypto steeds vaker terugkomt in opsporing, beslag en compliance, is dat een ontwikkeling die beleggers en bedrijven niet zomaar naast zich neer kunnen leggen.