De Europese cryptoregels zijn niet langer vooral papierwerk.
ESMA heeft het
MiCA-register op 12 maart 2026 opnieuw bijgewerkt, terwijl in Nederland op 1 maart 2026 een belangrijke overgangsfase voor
crypto-aanbieders afliep.
Door deze stap wordt nu zichtbaarder welke partijen hun Europese vergunningstraject op orde hebben, en waar de druk juist oploopt rond eurobetalingen, custody en stablecoin-diensten.
Voor gebruikers in Nederland en België is dat relevanter dan het op het eerste gezicht lijkt. De impact zit namelijk niet alleen in de vraag of een exchange nog mag opereren, maar vooral in de praktijk.
Kun je nog zonder frictie euro’s storten, stablecoins versturen, een custodial wallet gebruiken of via één platform crypto en eurobetalingen combineren? Precies daar begint
MiCA nu te schuren met bestaande betaalregels.
MiCA wordt pas nu echt zichtbaar in de praktijk
ESMA publiceert inmiddels een centraal interim MiCA-register met onder meer geautoriseerde crypto-asset service providers, white papers, EMT-uitgevers en niet-conforme partijen.
Dat register wordt wekelijks bijgewerkt en moet uitgroeien tot de centrale Europese bron, gevoed door nationale toezichthouders en de EBA. De laatste update verscheen op 12 maart 2026.
Dat oogt als een administratieve stap, maar laat iets groters zien. Europa schuift op van een versnipperd landschap naar een regime waarin vergunningen, meldingen en productstructuren steeds beter vergelijkbaar worden.
Voor gebruikers betekent dat meer duidelijkheid, maar ook minder ruimte voor grijze zones waarin platforms lang konden opereren zonder dat voor klanten altijd helder was welk toezicht precies gold.
De frictie zit vooral bij euro’s en stablecoins
De scherpste spanning zit nu bij zogeheten EMT’s, ofwel e-money tokens. De EBA schreef op 12 februari 2026 dat nationale toezichthouders na 2 maart 2026 alleen onder voorwaarden mogen toestaan dat CASP’s zulke EMT-diensten blijven aanbieden zonder PSD2-vergunning. Als partijen daar niet aan voldoen, adviseert de EBA toezichthouders om die diensten te laten stoppen.
DNB is daar in Nederland opvallend concreet over. Op de eigen CASP-pagina staat dat na 1 maart 2026 in beginsel een PSD2-vergunning nodig is, tenzij een activiteit is vrijgesteld onder de Wft of de CASP samenwerkt met een betaaldienstverlener.
DNB noemt daarbij expliciet twee situaties waarin zo’n vergunning of samenwerking in elk geval nodig is: crypto-transferdiensten met EMT’s namens klanten, en custody- en administratiediensten met EMT’s wanneer die wallet ook betalingen van en naar derden mogelijk maakt.
Daarmee raakt MiCA gebruikers direct in hun ervaring. Een platform kan op papier crypto blijven aanbieden, maar in de praktijk toch tegen beperkingen aanlopen zodra een dienst feitelijk richting betaaldienstverlening schuift.
Dan gaat het niet om een theoretisch juridisch punt, maar om functies die voor gebruikers heel normaal zijn: euro-stablecoins versturen, tegoeden bewaren of geldstromen binnen één app combineren.
Welke platforms sterker uit deze fase komen
De eerste groep die nu sterker oogt, bestaat uit partijen die hun Europese structuur vroeg hebben aangepast aan MiCA én tegelijk hun betaalinfrastructuur goed hebben ingericht.
Daarbij telt niet alleen de cryptovergunning, maar ook de vraag of euroverkeer en EMT-gerelateerde functies juridisch en operationeel goed zijn afgedekt.
De tweede groep bestaat uit partijen die op cryptogebied wel vooruitgang boeken, maar op het snijvlak met betalingen afhankelijk zijn van partners of hun dienstverlening moeten versmallen.
Juist daar neemt de druk toe. Die lijn volgt uit de opzet van het ESMA-register en uit de strengere benadering van DNB en de EBA op het kruispunt van MiCA en PSD2.
Belangrijk is ook wat het ESMA-register niet laat zien. Het register is nuttig als centrale check, maar ESMA merkt zelf op dat informatie uit nationale registers of meldingen niet altijd direct zichtbaar is, omdat publicatie op wekelijkse basis gebeurt.
Een platform dat niet meteen in de centrale lijst opvalt, hoeft dus niet automatisch uit de markt te zijn. Wel maakt het register duidelijk hoe ver de Europese transparantie inmiddels is opgeschoven.
Wat gebruikers in Nederland en België hiervan merken
Voor gebruikers in Nederland en België zit de impact vooral in vier punten: onboarding, euro-stortingen, stablecoin-functionaliteit en productaanbod. Als een aanbieder zijn betaalrails niet goed heeft ingericht, wordt het lastiger om euro’s soepel in en uit een platform te krijgen.
Als EMT-diensten juridisch gevoelig liggen, kunnen functies rond bepaalde stablecoins of custodial wallets worden aangepast. En als vergunningen of notificaties nog niet rond zijn, kan ook het aanbod per land of klanttype veranderen.
Voor Belgische gebruikers is dit niet minder relevant, ook al verschilt de nationale uitwerking per toezichthouder. Omdat MiCA een Europees kader is en ESMA centraal publiceert, wordt het speelveld in de eurozone steeds minder lokaal en juist steeds Europeser. Daardoor verschuift ook de kernvraag. Niet alleen welke exchange je gebruikt, maar welke partij zijn Europese model echt op orde heeft.
Waarom dit nu telt
Het grotere verhaal is dat MiCA in 2026 verschuift van regelboek naar marktscheiding. De waarschijnlijke winnaars zijn niet per se de luidste merken, maar de partijen die drie zaken tegelijk geregeld hebben: vergunningen, euro-betaalinfrastructuur en een heldere productafbakening rond stablecoins en custody.
De verliezers verdwijnen niet per direct, maar kunnen juist gaan haperen op de punten die voor gebruikers het zwaarst wegen.
MiCA maakt de Europese cryptomarkt daarmee niet automatisch eenvoudiger, maar wel harder. Voor Nederlandse en Belgische gebruikers draait de volgende fase minder om marketing en meer om infrastructuur.
De vraag is niet alleen welk platform in Europa actief is, maar welk platform zijn model ook echt toekomstbestendig heeft gemaakt onder MiCA én de betaalregels die daar nu dwars doorheen lopen.