Stablecoins Europa

Europese stablecoins: van beleid naar échte distributie

Europa23 apr , 10:48
Europa heeft eindelijk iets wat het jarenlang miste: duidelijke cryptoregels, open politieke steun voor euro-gebaseerde stablecoins en banken die hun plannen niet langer binnenskamers houden. Maar daarmee is de strijd nog niet gewonnen.
De volgende fase draait niet om beleid, maar om distributie. Niet de whitepaper beslist straks wie wint, maar de wallet, de exchange-notering en de vraag of zo’n token ook echt bruikbaar wordt in betalingen, settlement en treasury.
Jarenlang was het Europese stablecoinverhaal voorspelbaar. Brussel wilde minder afhankelijk worden van Amerikaanse infrastructuur, MiCA moest orde brengen en de markt bleef afwachten. In april 2026 begint dat frame te schuiven.
De Franse minister van Financiën Roland Lescure riep vorige week openlijk op tot méér euro-stablecoins en spoorde banken aan om ook tokenized deposits verder te verkennen. Dat is belangrijk omdat de discussie daarmee zichtbaar opschuift van wensdenken naar uitvoering.

Europa heeft de regels, maar nog niet de schaal

Tegelijk blijft de harde realiteit staan: euro-stablecoins zijn nog klein. Reuters meldde deze week dat Tether inmiddels rond de 185 miljard dollar aan tokens in omloop heeft, terwijl de euro-stablecoin van Société Générale rond de 105 miljoen euro blijft hangen.
In dezelfde Reuters-rapportage zeggen analisten van RBC dat de impact van stablecoins op treasurybeheer voorlopig verwaarloosbaar is. Dat maakt de echte vraag van dit moment vrij scherp: Europa heeft de regels en de politieke ambitie, maar heeft het ook de distributie om euro-stablecoins echt in de markt te zetten?
Dat is precies waar de markt nu om begint te draaien. Een gereguleerde euro-stablecoin uitgeven is nog maar stap één. Stap twee is zorgen dat die munt op de juiste rails terechtkomt: op exchanges, in wallets, bij liquidity providers en in toepassingen waar bedrijven hem ook daadwerkelijk nodig hebben.
Zonder die laag blijft zelfs een MiCA-conform product marginaal. Die conclusie volgt niet uit één losse uitspraak, maar uit de combinatie van de huidige adoptiecijfers en de infrastructuurplannen die nu zichtbaar worden.

SG-FORGE laat zien waar het nu echt om gaat

Het duidelijkste voorbeeld daarvan is SG-FORGE. Reuters schreef dat de cryptotak van Société Générale inmiddels vijftien cryptoklanten bedient, waaronder exchanges, brokers en walletproviders.
Dat is relevant, maar het belangrijkere signaal zit dieper: de bank probeert haar stablecoins niet alleen uit te geven, maar ook onder te brengen bij partijen die voor bereik kunnen zorgen.
Dat zie je terug in de uitrol. Bitvavo maakte in december bekend EUR CoinVertible en USD CoinVertible van SG-FORGE te gaan noteren. SG-FORGE zelf meldde in maart dat EUR CoinVertible live is gegaan op Stellar, na eerdere uitrol op Ethereum, Solana en XRP Ledger.
Dat is de fase waarin een stablecoin ophoudt een gereguleerd product op papier te zijn en een distributievraagstuk wordt. Niet alleen bestaan, maar op steeds meer plekken beschikbaar zijn.
Precies daarom is SG-FORGE op dit moment interessanter dan de ruwe marktkapitalisatie doet vermoeden. De echte test is niet of Europa een compliant stablecoin kán uitgeven.
De echte test is of zo’n munt een plek verovert op de plekken waar digitaal geld al beweegt. Bitvavo, wallet-integraties en multi-chain uitrol zijn in dat opzicht geen bijzaken, maar de markt zelf in wording.

Qivalis maakt van dit verhaal ook een Benelux-dossier

Juist daarom is Qivalis zo relevant. Dit is niet langer een vaag Europees plan, maar een concreet consortium met een duidelijke Benelux-haak.
Reuters meldde eerder dat het Amsterdamse bedrijf Qivalis is opgezet door een groep grote Europese banken, waaronder ING, UniCredit, BNP Paribas en KBC, met als doel een euro-stablecoin te lanceren. Volgens KBC werkt Qivalis toe naar toezicht van De Nederlandsche Bank als Electronic Money Institution en mikt het nog altijd op een lancering in de tweede helft van 2026.
Dat maakt het onderwerp direct relevanter voor Nederland en België. Dit gaat niet alleen over Franse ambities of Europese strategische autonomie, maar ook over infrastructuur die deels vanuit Amsterdam wordt opgebouwd en door Benelux-banken mee vorm krijgt. Voor lezers hier is dat de echte haak: de Europese stablecoinstrijd speelt niet alleen in Brussel en Parijs, maar ook in de eigen markt.
De waarde van Qivalis zit bovendien in wat het symboliseert. Europese banken lijken stablecoins steeds minder te behandelen als een geïsoleerd innovatieproject en steeds meer als gezamenlijke infrastructuur. Dat is logisch.
In een markt die nog altijd bijna volledig door dollarstablecoins wordt gedomineerd, lopen losse Europese initiatieven snel het risico te klein te blijven. Een consortium kan juist proberen liquiditeit, vertrouwen en distributie te bundelen. Dat is ook waarom Lescure het initiatief publiek heeft omarmd.

De ECB denkt al verder dan crypto-trading

Wie denkt dat dit alleen een cryptoverhaal is, mist het bredere plaatje. In het Macroprudential Bulletin van april schrijft de ECB dat tokenisatie voordelen kan opleveren over de hele waardeketen, expliciet “from issuance to distribution and sales”.
In dezelfde analyse benadrukt de centrale bank dat schaal alleen haalbaar wordt met voldoende on-chain secundaire marktliquiditeit en met een Europees digitaal ecosysteem dat op euro-denomineerde activa rust.
In een apart ECB-stuk over euro-stablecoins staat bovendien dat hun impact afhangt van wie ze uitgeeft, hoe de reserves zijn opgebouwd en waarvoor ze uiteindelijk worden gebruikt. Dat is in feite dezelfde conclusie als in de markt: regelgeving alleen is niet genoeg.
Succes hangt af van de route naar echte toepassingen, of dat nu grensoverschrijdende betalingen zijn, tokenized settlement, collateralbeheer of treasurygebruik. Voor al die use-cases geldt hetzelfde: zonder bereik en liquiditeit blijft het verhaal klein.

Nog beperkt voor retail, juist daarom belangrijk voor infrastructuur

Daar zit ook de nuchtere noot. Euro-stablecoins staan niet op het punt om morgen massaal aan de kassa op te duiken. Reuters schreef deze week dat stablecoins nog altijd vooral worden gebruikt in cryptotrading en dat het verwachte gebruik door bedrijven voor cash- en collateralbeheer nog beperkt zichtbaar is. SG-FORGE-topman Jean-Marc Stenger zei dat zelf ook vrij open.
Maar juist daarom is dit een interessante faseverschuiving. Niet omdat retail al massaal instapt, maar omdat de onderliggende infrastructuur zichtbaar volwassener wordt.
Banken organiseren zich, toezichtroutes liggen vast, exchanges nemen gereguleerde euro-stablecoins op en de ECB koppelt tokenisatie steeds nadrukkelijker aan een Europese marktstructuur met euro-assets en on-chain liquiditeit. De markt is dus nog klein, maar niet meer theoretisch.

2026 draait om schapruimte

Daarmee komt alles terug bij hetzelfde punt: distributie. De volgende strijd om Europese stablecoins gaat niet meer over legitimiteit. MiCA, de betrokken banken en de politieke rugwind hebben die basis grotendeels gelegd. De echte strijd gaat over schapruimte.
Welke euro-stablecoin komt op de grote Europese exchanges? Welke wallet ondersteunt hem standaard? Welke market maker zorgt voor liquiditeit? Welke bank durft hem in treasury- of settlementstromen op te nemen?
Europa heeft dus steeds minder een tekort aan plannen en steeds meer een distributievraagstuk. De euro-stablecoin die uiteindelijk wint, is waarschijnlijk niet de munt met de mooiste strategische pitch of de luidste politieke steun. Het wordt de token die ook echt beschikbaar is, op de plekken waar digitaal geld beweegt. Pas dan verschuift dit verhaal van beleid naar markt. En precies daarom wordt 2026 het jaar waarin Europese stablecoins zich niet langer alleen op papier, maar in distributie moeten bewijzen.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading