Michael Saylor zet BIP-110 neer als een interne aanval op de neutraliteit van
Bitcoin. Niet omdat spam onschuldig is, maar omdat het protocol volgens hem geen scheidsrechter mag worden over wat een transactie “hoort” te zijn.
De oprichter van Strategy beschreef de consensusregels van
Bitcoin op X als de grondwet van het netwerk. Die regels beschermen schaarste, eigendom en finale afwikkeling.
Zijn boodschap is scherp: Bitcoin heeft gewonnen, maar moet nu zijn eigen hervormers overleven.
Wat BIP-110 wil blokkeren
BIP-110 heet officieel de Reduced Data Temporary Softfork. Het voorstel wil ongeveer één jaar lang bepaalde vormen van datagebruik in Bitcoin-transacties beperken.
Daarmee richt het zich op Ordinals, inscripties en andere toepassingen die grote hoeveelheden data in blocks plaatsen.
De auteurs willen Bitcoin terugduwen naar zijn rol als monetair netwerk. Geen opslagplaats voor bestanden. Geen algemene database. Wel geld, afwikkeling en schaarse blockruimte.
BIP-110 bevat zeven nieuwe consensusregels. Onder meer output-scripts, OP_RETURN-data, witness-elementen, Taproot-annexes en bepaalde Tapscript-constructies krijgen grenzen.
Voor beginners: consensusregels bepalen welke transacties en blocks geldig zijn. Wie daarvan afwijkt, draait niet zomaar een andere instelling. Die kan op een andere keten uitkomen.
Saylor vreest het precedent
Saylor deelt de irritatie over rommeldata op Bitcoin deels. Zijn aanval zit bij het middel.
Volgens hem kan Bitcoin niet zien of data een afbeelding, contract, bewijs, custody-oplossing of toekomstige toepassing is. Bytes hebben geen intentie.
Daarom vindt hij het gevaarlijk om geldige transacties ongeldig te maken omdat een deel van de gemeenschap het gebruik lelijk vindt.
In zijn
110-puntenstuk tegen BIP-110 draait alles om dat precedent. Vandaag gaat het over inscripties. Morgen kan een andere groep hetzelfde proberen bij privacytools, nieuwe contractvormen of technieken die nog niet bestaan.
Bitcoin moet volgens Saylor geen bewaker van zuiverheid worden, maar een bewaker van neutrale regels.
Dat is de kern van de ruzie. Voorstanders willen nodebeheerders beschermen tegen datalast. Tegenstanders zien een protocol dat ineens inhoudelijk gaat filteren.
Bestaande bitcoin wordt niet zomaar vastgezet
BIP-110 probeert één hard risico wel af te vangen. UTXO’s die vóór activering bestaan, vallen niet onder de nieuwe beperkingen.
Een UTXO is simpel gezegd een nog niet uitgegeven stukje bitcoin. Denk aan een muntstuk dat op een adres klaarstaat om later te worden besteed.
Volgens het voorstel kunnen bestaande outputs tijdens de tijdelijke soft fork op dezelfde manier worden uitgegeven als daarvoor. De strengere regels gelden alleen voor nieuwe outputs na activering.
Saylor stelt dus niet dat bestaande bitcoin massaal wordt afgepakt. Zijn bezwaar is smaller, maar zwaarder: nieuwe geldige transactieroutes worden tijdelijk verboden via consensus.
Dat maakt het geen normale spamfilter. Het raakt de basislaag.
De activering maakt miners zenuwachtig
De activeringsmethode is minstens zo gevoelig als de inhoud. BIP-110 gebruikt een aangepaste versie van BIP9, met een drempel van 55% van de blocks in een periode van 2.016 blocks.
Dat ligt ver onder de 95% die vaak met oudere BIP9-activeringen wordt geassocieerd.
Als die drempel niet op tijd wordt gehaald, volgt een verplichte signaleringsperiode tussen block 961.632 en 963.647. Nodes die BIP-110 afdwingen, zouden dan blocks zonder het juiste signaal weigeren.
Uiterlijk bij block 963.648 moet de wijziging op de BIP-110-keten vastliggen. De regels zouden daarna bij block 965.664 actief worden.
Dat klinkt technisch. Het risico is simpel: als een te kleine groep nodes en miners meedoet, kunnen deelnemers het oneens worden over welke blocks geldig zijn.
Dan wordt een datadiscussie een ketenrisico.
Minersteun blijft laag
De publieke
BIP-110-monitor stond tijdens de check op 2,23% signalering in de lopende moeilijkheidsperiode. Dat ligt ver onder de 55% die nodig is voor vrijwillige lock-in.
Dat betekent niet dat de discussie klaar is. De verplichte signaleringsfase maakt dit voorstel anders dan een gewone stemming die stil kan uitsterven.
De zichtbare minersteun is laag. Maar het aantal economisch relevante nodes dat straks echt afdwingt, is lastiger te meten.
Daarom wordt augustus niet alleen een test voor BIP-110. Het wordt ook een test voor de manier waarop Bitcoin omgaat met een wijziging die veel mensen niet als breed gedragen zien.
De ruzie gaat niet alleen over Ordinals
BIP-110 raakt aan een oudere strijd binnen Bitcoin. Wat mag de basislaag worden?
Saylor wil grote vernieuwing vooral buiten layer 1 zien. Tweede lagen, apps en aparte systemen mogen falen zonder alle gebruikers te raken.
Hij kijkt ook met argwaan naar covenants en grotere blocks. Covenants kunnen voorwaarden stellen aan hoe bitcoin later worden uitgegeven. Grotere blocks kunnen meer transacties dragen, maar verhogen mogelijk de eisen voor nodebeheerders.
Zijn lijn is duidelijk: de basislaag moet traag veranderen en moeilijk te buigen blijven.
Voorstanders van BIP-110 draaien dat om. Zij vinden juist dat de basislaag beschermd moet worden tegen datagebruik dat betalingen duurder maakt en nodebeheer zwaarder.
Beide kampen noemen bescherming. Ze bedoelen iets anders.
Complete is geen aangenomen
BIP-110 heeft de status Complete. Dat betekent dat de auteurs het voorstel als afgerond beschouwen.
Het betekent niet dat Bitcoin de wijziging heeft aangenomen. Het betekent ook niet dat er brede consensus is.
Dat onderscheid telt. Een BIP is een voorstel, geen wet van het netwerk.
Uiteindelijk draait deze strijd om één vraag: blijft elke geldige, betalende transactie welkom, of mag Bitcoin via consensus bepalen welke toepassingen te ver gaan?
Saylor kiest de harde neutrale lijn. BIP-110 kiest tijdelijke beperking.
Als de signalering laag blijft, lijkt de markt voor blocks voorlopig duidelijker dan de woordenstrijd op X. Miners drukken nog niet mee.