Bitcoin is donderdag teruggezakt naar ongeveer $77.000, nadat eerder deze week nog koersen boven $81.000 op de borden stonden. De Federal Reserve, olie boven $105 en een Amerikaanse tienjaarsrente dicht bij 5% trekken tegelijk geld weg van risicovollere beleggingen.
Er is geen afzonderlijke cryptoramp nodig om die beweging te verklaren. De druk komt dit keer vooral van buiten de sector.
Amerikaanse inflatie zet Fed opnieuw onder druk
Om 14:30 uur Nederlandse tijd kwam de eerste klap uit de Verenigde Staten.
De Amerikaanse producentenprijzen stegen in augustus met 0,4% tegenover juli. Op jaarbasis liep de PPI op naar 5,4%, tegen 4,8% een maand eerder. Energieprijzen voor producenten sprongen 4,2% omhoog.
De PPI meet hoe prijzen zich ontwikkelen bij producenten voordat producten bij consumenten terechtkomen. Hogere bedrijfskosten kunnen later doorsijpelen naar de bredere inflatie.
Voor de Federal Reserve komt dat slecht uit.
De markt rekende vóór de publicatie op ongeveer 62% kans op een renteverhoging van 25 basispunten. Na de cijfers liep dat richting 70%.
De
Fed vergadert op 15 en 16 september. Tot die tijd wordt ieder inflatiecijfer harder gewogen.
Voor
Bitcoin is dat simpel: hogere rente maakt lenen duurder en vergroot het rendement op beleggingen met minder koersrisico.
Olie boven $105 geeft inflatie nieuw brandstof
Daar bovenop komt olie.
Brent steeg donderdag tot ongeveer $105,26 per vat. WTI ging eveneens door de grens van $100 na nieuwe aanvallen op scheepvaart rond belangrijke routes in het Midden-Oosten.
Dat raakt veel meer dan automobilisten.
Duurdere olie werkt door in transport, productie en energie. Daardoor wordt het voor centrale banken lastiger om prijsstijgingen terug richting hun doel te krijgen.
De keten voor Bitcoin ziet er daardoor hard uit:
Hogere olieprijzen voeden inflatie, inflatie houdt rente hoog en hoge rente maakt risico minder aantrekkelijk.
Dat verklaart waarom aandelen en
crypto tegelijk terrein verliezen terwijl olie en obligatierentes stijgen.
Amerikaanse tienjaarsrente tikt bijna 4,9% aan
De obligatiemarkt maakt de druk nog zichtbaarder.
Het rendement op tienjarige Amerikaanse staatsleningen steeg donderdag naar ongeveer 4,901%. Dat brengt de grens van 5% gevaarlijk dichtbij.
Bij zulke niveaus krijgt Bitcoin stevige concurrentie.
Een belegger kan bijna 5% rendement krijgen op Amerikaans staatspapier zonder dezelfde koersschommelingen te accepteren. Dat verandert de rekensom voor grote portefeuilles.
Niet alleen crypto voelt dat. Vooral groeiaandelen en technologiebedrijven hebben last van hogere langlopende rentes.
De Amerikaanse overheid probeert tegelijk de handel in langlopende staatsobligaties soepeler te houden. Treasury verhoogde eerder de omvang van zijn terugkoopoperaties voor langer lopende obligaties. Donderdag lag een operatie tot $6 miljard op tafel, maar dat voorkwam de verdere rentestijging niet.
Yen kan volgende verkoopgolf versterken
Dan Japan.
De yen handelde donderdag rond 154 per dollar en is sinds juli ruim 6% sterker geworden. Tegelijk rekent de markt op verdere verkrapping door de Bank of Japan.
Dat raakt de bekende yen carry trade.
Beleggers lenen daarbij goedkoop yen, wisselen die om en stoppen het geld in activa met een hoger verwacht rendement. Zolang de yen zwak blijft, werkt dat prettig.
Een snel sterkere yen draait die rekensom om.
De lening wordt duurder om terug te betalen. Handelaren kunnen dan andere posities verkopen, yen terugkopen en hun financiering afbouwen.
Reuters schat dat grensoverschrijdende leningen in yen in maart een record van ongeveer ¥360 biljoen bereikten, omgerekend ruim $2,3 biljoen. Dat is geen maatstaf voor geld dat rechtstreeks in Bitcoin zit, maar wel voor de enorme omvang van goedkope yenfinanciering.
Hier moet de conclusie daarom voorzichtig blijven.
Er is geen bewijs dat een grote yen-unwind de Bitcoin-daling van donderdag veroorzaakt. Maar wanneer die handel snel begint te krimpen, kan wereldwijd extra verkoopdruk ontstaan.
De
Bank of Japan vergadert op 17 en 18 september. Eén dag na het Amerikaanse rentebesluit volgt dus meteen een tweede grote rentetest.
Bitcoin krijgt vier klappen tegelijk
Bitcoin zit daardoor tussen vier bewegingen die dezelfde kant op werken.
Amerikaanse producentenprijzen blijven te hoog. Olie boven $100 maakt nieuwe inflatiedruk waarschijnlijker. De tienjaarsrente nadert 5% en vanuit Japan dreigt minder goedkoop geld beschikbaar te komen.
Dat is vooral een probleem voor liquiditeit.
Bitcoin presteert doorgaans beter wanneer geld goedkoop en ruim beschikbaar is. De huidige beweging gaat precies de andere kant op.
De eerstvolgende test komt vrijdag al. Dan publiceert de Amerikaanse overheid de consumentenprijsindex over augustus. De officiële kalender van het
Bureau of Labor Statistics zet die publicatie op 11 september om 08:30 uur Amerikaanse oostkusttijd.
Daarna volgen de Federal Reserve op 16 september en de Bank of Japan op 18 september.
Voor Bitcoin ligt de strijd rond $80.000 daardoor voorlopig niet bij miners, whales of een cryptohack.
Olie, obligaties en centrale banken bepalen nu hoeveel geld bereid is dat risico te dragen.