Een man uit Groningen is veroordeeld tot 9 maanden en 2 weken cel voor gewoontewitwassen. Crypto speelde niet de hoofdrol, maar kwam wel terug in de financiële reconstructie waarmee de rechtbank ruim €108.000 aan onverklaarbaar vermogen vaststelde.
De zaak werd behandeld door de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. De bewezenverklaarde periode liep van 16 mei 2018 tot en met 22 november 2023.
Crypto was bijzaak, niet de kern
Volgens het dossier had de verdachte een laag geregistreerd inkomen en leefde hij van een Wajong-uitkering. Tegelijk zag de rechtbank dure merkkleding, leasekosten, brandstofuitgaven, contant geld en andere goederen terug in de financiële reconstructie.
In de uitspraak wordt ook verwezen naar €2.597 aan ontvangsten uit “crypto/winst gokken” en €2.898 aan ontvangsten van derden.
Dat bedrag was niet de kern van de veroordeling. Het laat wel zien hoe crypto in regionale witwasdossiers steeds vaker opduikt als onderdeel van bredere kasopstellingen.
De rechtbank keek vooral naar het totaalplaatje. Niet één cryptotransactie, maar de verhouding tussen inkomsten, contante uitgaven en aangetroffen goederen woog zwaar.
Rechter stelt voordeel vast op €108.817
De officier van justitie vorderde aanvankelijk €123.976,68 aan wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank kwam uiteindelijk lager uit.
Daarvoor waren twee redenen belangrijk. Bij de leasekosten koos de rechtbank voor een scenario dat beter aansloot bij het handgeschreven betalingsoverzicht bij het leasebedrijf. Ook vond de rechtbank de taxatie van de merkkleding onvoldoende onderbouwd en stelde zij die waarde vast op €25.000.
Uiteindelijk stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €108.817. De veroordeelde moet dat bedrag aan de Staat betalen.
De berekening bestond onder meer uit contanten, Nibud-uitgaven, leasekosten, brandstof en kleding.
Gokwinsten waren niet controleerbaar genoeg
De verdachte wees volgens de aangeleverde zaakcontext op gokwinsten via onder meer casino’s en TOTO. De rechtbank vond die uitleg onvoldoende concreet en controleerbaar.
Dat past bij de kern van dit soort witwaszaken. Wie stelt dat vermogen legaal is verdiend, moet de herkomst kunnen onderbouwen.
Een uitbetaling van een casino of platform bewijst nog geen nettowinst. Daarvoor moet ook duidelijk zijn hoeveel is ingezet, wanneer geld is gestort en wat uiteindelijk overbleef.
Voor crypto geldt hetzelfde. Een verwijzing naar tradingwinst of cryptotransacties is niet genoeg als niet controleerbaar is waar het geld vandaan kwam en hoe winst is ontstaan.
Gewoontewitwassen over ruim vijf jaar
De rechtbank achtte gewoontewitwassen bewezen. Dat betekent dat het
witwassen niet als een losse handeling werd gezien, maar als gedrag over langere tijd.
Volgens de ontnemingsuitspraak ging het om voordeel over de periode van 16 mei 2018 tot en met 22 november 2023.
Naast de celstraf speelde ook beslag een rol. De rechtbank achtte de in beslag genomen telefoons vatbaar voor verbeurdverklaring. De officier van justitie vorderde daarnaast dat de auto aan de rechthebbende zou worden teruggegeven.
Ook gelastte de rechtbank de tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen, blijkt uit de zaakindicatie waarin wordt verwezen naar de beslissing na voorwaardelijke veroordeling.
Les voor cryptobeleggers
De zaak is relevant voor cryptobeleggers, juist omdat crypto hier niet de hoofdrol speelt.
Het laat zien dat crypto-ontvangsten in een strafrechtelijk financieel onderzoek gewoon onderdeel kunnen worden van een kasopstelling. De vraag is dan niet of iemand ooit crypto heeft gebruikt, maar of de herkomst van vermogen controleerbaar is.
Voor particuliere beleggers betekent dat: bewaar transactieoverzichten, bankstortingen, exchangegegevens, walletgeschiedenis en fiscale documentatie.
Wie later moet uitleggen waar vermogen vandaan komt, heeft weinig aan een losse verwijzing naar “crypto” of “gokwinsten”.
De rechtbank keek in deze zaak naar bewijs, niet naar slogans. En precies dat maakt de uitkomst breder relevant.