Crypto-belasting Nederland

Tweede Kamer heeft ingestemd met nieuwe box 3-belasting: Wat betekent dit straks voor crypto-investeerders?

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet werkelijk rendement box 3. Daarmee schuift Nederland vanaf belastingjaar 2028 op naar een systeem waarbij je belasting betaalt over het werkelijke rendement op je vermogen in box 3. Dus niet meer op basis van een fictief rendement, maar op wat je écht verdient én (in veel gevallen) op waardeveranderingen.
De wet is nog niet definitief. Ook de Eerste Kamer moet nog akkoord gaan.

Hoeveel belasting?

In de stukken en duiding rondom dit voorstel wordt uitgegaan van 36% belasting over het werkelijke rendement in box 3.

Wat verandert er voor crypto in Nederland?

1. Je betaalt straks (waarschijnlijk) ook over “papieren winst”

De kern van de wet is dat box 3 als hoofdregel een vermogensaanwasbelasting wordt: niet alleen rente/dividend tellen mee, maar ook de (positieve of negatieve) waardeontwikkeling. Dat betekent dat ook koersstijgingen kunnen meetellen, zelfs als je niet verkoopt.
Voor crypto-investeerders is dat het grote verschil met “alleen belasting bij verkoop”: je kunt belasting verschuldigd zijn in een jaar dat je wel winst op papier hebt, maar geen euro’s hebt opgenomen.

2. Verliezen kunnen ook meetellen

Omdat het om werkelijke rendementen gaat, wordt ook de negatieve waardeontwikkeling onderdeel van het systeem. In de wettekst wordt expliciet gesproken over “positieve of negatieve waardeontwikkeling”. Hoe verliesverrekening precies uitpakt in de praktijk hangt af van de uiteindelijke wetstekst en uitvoering.

3. Staking/lending en andere opbrengsten blijven relevant

Alles wat lijkt op “inkomsten uit vermogen” (zoals rente-achtige opbrengsten) blijft binnen box 3 belangrijk. Crypto met rendement (staking, lending, DeFi-opbrengsten) vraagt dus om goede administratie, omdat het niet alleen om koers gaat.

4. Liquiditeitsprobleem: belasting betalen zonder te verkopen

Een veelgehoorde zorg bij een aanwasbelasting is dat je soms belasting moet betalen zonder cashflow. Dat speelt vooral bij beleggingen die niet vanzelf geld uitkeren. Crypto is wel verhandelbaar, maar dat betekent in de praktijk dat sommige mensen (deels) móéten verkopen om de belasting te voldoen. Dit punt komt ook terug in de uitleg rond het nieuwe stelsel.

Waarom nu zoveel discussie?

De Kamerstem leidde meteen tot discussie over mogelijke kapitaalvlucht. Die zorg hoor je vaker bij landen die zwaarder belasten op vermogen. Of dat in Nederland ook echt gebeurt, is nog niet hard te maken. Wel staat vast dat de wet pas ingaat in 2028 en dat de Eerste Kamer nog moet stemmen.

Vergelijking met België: vaker belasting bij verkoop, en soms 33% bij “speculatie”

België werkt anders dan Nederland, maar is óók in beweging. Grote lijnen:
  • België voert vanaf 1 januari 2026 een nieuwe belasting op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa in voor situaties die vallen onder “normaal beheer van privévermogen”. Dat wordt in professionele duidingen vaak als 10% beschreven.
  • Als de fiscus je activiteit als speculatief ziet, kunnen winsten belast worden als “miscellaneous income” aan 33%.
  • Als het als professionele activiteit wordt gezien, kan het in de progressieve tarieven vallen (afhankelijk van situatie).
Kort gezegd: België leunt meer op belasting bij realisatie/verkoop (en op kwalificatie: normaal vs speculatief/professioneel), terwijl Nederland met deze wet juist richting belasting op aanwas (ook zonder verkoop) beweegt.

Vergelijking met Duitsland: 1 jaar vasthouden kan belastingvrij zijn

Duitsland heeft een regime dat veel crypto-investeerders aantrekkelijk vinden:
  • Verkoopwinst op crypto die je langer dan 1 jaar aanhoudt, is voor particuliere beleggers doorgaans belastingvrij.
  • Verkoop binnen 1 jaar kan wél belast worden tegen je persoonlijke inkomstenbelastingtarief (progressief).
  • Duitsland kent daarnaast een drempel/vrijstelling voor kleine private sale gains (in diverse gidsen wordt €1.000 genoemd), maar de exacte toepassing kan per situatie verschillen.
Kort gezegd: Duitsland beloont “buy & hold” met een duidelijke termijnregel. Nederland beweegt met box 3 juist naar jaarlijkse heffing over werkelijk rendement.

Wat betekent dit praktisch voor Nederlandse crypto-investeerders?

Als de wet in deze vorm door de Eerste Kamer komt, dan worden dit de belangrijkste punten om rekening mee te houden richting 2028:
  • Administratie wordt belangrijker: koers per jaar, opbrengsten, kosten/fees en eventuele verliezen.
  • Liquiditeit plannen: je kunt belasting krijgen over waardestijging zonder verkoop.
  • Risicoprofiel verandert: vooral bij volatiele assets zoals crypto kan een aanwasbelasting gevoelig uitpakken in jaren met grote swings.

Korte FAQ: box 3 (werkelijk rendement) en crypto in Nederland

1. Gaat dit zeker door?

Nog niet. De Tweede Kamer stemde vóór, maar de Eerste Kamer moet nog instemmen. Pas daarna is het definitief.

2. Wanneer gaat het in?

Als de wet wordt aangenomen, is de start belastingjaar 2028.

3. Val ik met crypto onder box 3?

In de meeste gevallen wel: crypto wordt doorgaans als vermogen gezien. Het nieuwe stelsel gaat uit van belasting op werkelijk rendement, inclusief waardeontwikkeling. (tweedekamer.nl)

4. Betaal ik dan belasting over ‘papieren winst’ (zonder verkoop)?

Het uitgangspunt is een vermogensaanwasbelasting: waardeontwikkeling (positief én negatief) telt mee, ook als je niet verkoopt. (tweedekamer.nl)

5. Wat als mijn crypto eerst stijgt en daarna hard daalt?

Het systeem kijkt naar de waardeontwikkeling binnen het jaar (en de manier waarop dat in de wet is uitgewerkt). Hoe verliesverrekening en timing precies uitpakken, hangt af van de definitieve regels en uitvoering. (tweedekamer.nl)

6. Hoe zit het met staking, lending of DeFi-opbrengsten?

Opbrengsten die lijken op rente/inkomsten uit vermogen blijven relevant bij werkelijk rendement. Dit vraagt om goede administratie (uitkeringen, fees, etc.).

7. Moet ik elk jaar een deel verkopen om belasting te betalen?

Dat kan in sommige gevallen nodig zijn als je belasting verschuldigd bent over waardestijging, maar geen cash hebt. Dit wordt vaak genoemd als praktisch nadeel van aanwasbelasting.

8. Is Nederland hiermee strenger dan België en Duitsland?

In grote lijnen:
  • België leunt vaker op belasting bij verkoop en kwalificatie (normaal/speculatief/professioneel).
  • Duitsland kent doorgaans een 1-jaarsregel waarbij winsten na >1 jaar aanhouden vaak belastingvrij zijn voor particulieren.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading